Ik heb een juf in Marokko en die komt, hiep hoi!

Een maand geleden kwam ik terug van mijn reis door Marokko. Als ik op maandag de klas binnen stap, krijg ik van een jongen van 8 te horen “Wat bent u mooi met een kleurtje!”. Ik krijg een dikke knuffel en een “Ik heb je gemist”. Het klopt, in de voorjaarsvakantie heb ik een kleurtje opgedaan. Ik leg hem uit dat ik op vakantie ben geweest naar het land waar hij ook elke zomer naar toe gaat. Hij kijkt verbaasd. “Marokko? Maar u komt daar helemaal niet vandaan.” Beduusd gaat hij aan het werk.

Met de groep hebben we een gesprek over landen en steden. Ik zet een wereldkaart op het bord en wijs Nederland aan. “Het is wel heel erg saai klein, juf”. “China is groot, dat weten we!”, reageert een andere jongen. En dan zegt het jongetje van 8: “Waar ligt Marokko eigenlijk?”

We bekijken waar het land ligt en op welke manieren je er allemaal kan komen, per auto en boot of per vliegtuig. We bespreken andere landen waar kinderen vandaan komen en welk voertuig er voor nodig is om daar te komen. Dan vraagt een leerling: “Heeft u foto’s?”

De komende weken hebben we het elke dag bijna een uur over Marokko. Aan de hand van enkele foto’s raken we in gesprek, leren we te omschrijven wat we zien en breiden we onze woordenschat uit. Als eerst hebben we het over Marrakech. Een stad die mijn hart heeft gestolen en inmiddels die van de kinderen uit mijn groep ook. De kleurrijke Medina laat heel wat monden open vallen. Kinderen vertellen wat ze zien en stellen vragen. De ene foto is nog leerzamer dan de ander. De jongen van 8 vraagt of ik ook altijd slaap op de plek met een gouden leeuw in de tuin, iets waar hij schijnbaar geregeld verblijft als hij naar Marokko gaat. Ik leg hem uit dat ik voor het eerst in Marokko was en misschien op andere plekken ben geweest dan hij. Een gouden leeuw in de tuin, ben ik in ieder geval niet tegengekomen. Hij laat een lichte teleurstelling zien. “Ja, maar de gouden leeuw…”, mompelt hij nog.

P1010836

We bekijken de route op de kaart van Marokko, door het Atlasgebergte heen. De kinderen zien sneeuw op de bergtoppen. We bespreken wat de woestijn en wat een oase is. “In de woestijn is het altijd heet!” zegt een jongen. Hij kijkt verbaasd als ik hem laat zien hoeveel kleding ik aan heb als het nacht wordt, omdat het ’s nachts tegen het vriespunt is. We praten over het tentenkamp waar ik sliep en de geweven kleden van kamelenwol waar ik onder sliep. Ik zie een aantal kinderen wegdromen. Ik vind het fantastisch. En de kinderen ook.

Lange tijd gaat het gesprek over de karavaan. De kinderen zien een stoet dromedarissen en een leerling herkent mij op de foto. “Dat ben jij!”
“Waar?!” reageren andere kinderen. Ze lijken nog steeds niet helemaal te geloven dat ik ‘echt’ in Marokko ben geweest. Zelfs als ze mij springend in de woestijn met mijn Juf-trui zien, blijft het onwerkelijk voor ze.

In de uren die wij dromend over Marokko hebben doorgebracht, hebben we veel mooie momenten meegemaakt. Hier een aantal op een rijtje:

*De kinderen zijn in de ban van de mini-krokodil, waarvan we tot de conclusie komen dat het een kameleon is. Lastig, want we hebben het ook over kamelen gehad en die woorden lijken erg op elkaar. En dan heb je ook nog de dromedaris…

* “Jouw moeder is niet echt oud, juf.” Ik was inderdaad op reis met mijn moeder en we staan een aantal keer samen op de foto. Steek het compliment maar in je zak, mam!

* “Hiep Hoi! Dat is van een Marokkaans liedje, juf.”

* Een leerling vindt dat Marokko wel erg dichtbij ligt als hij naar de wereldkaart kijkt. Het vliegtuig pakken is echt onzin!

* China is groter en daardoor blijkbaar interessant. Meerdere leerlingen doen de wens of ik daar niet foto’s van wil laten zien.

* Marokkaanse thee is favoriet en over Marokko praten kan natuurlijk niet zonder. Jammie!

Als iemand die van reizen houdt, die graag andere culturen leert kennen en de geur van vreemde steden opsnuift, is er niks leuker dan deze liefde te delen met kinderen. En als zij met open mond luisteren en elke dag vragen naar ‘meer’, besef je pas hoe leerzaam het is om groepsgesprekken te voeren over verschillende culturen en achtergronden. Aanrader!

P1010917

 

En dan heb je ineens tijd over…

Het is tien over half 11. In de kleedkamer is het doodstil. Negen ZMOK mannetjes zitten naast elkaar met hun voeten stil, mond op slot en handen vast. Ze doen perfect wat ik vraag. Té perfect. Met het resultaat dat ik nog tien minuten tijd moet doden voor de gymles daadwerkelijk begint. Een luxe die ik lange tijd niet heb gekend en ik moet dan ook graven in mijn geheugen naar een activiteit om de komende tien minuten deze fijne sfeer te behouden. En dan begin ik: *klap* *knie* – *klap* *knie* *klap* *knie*. Binnen twee keer doen de kinderen mee. Allemaal lachende gezichten kijken mijn kant op en het blijft doodstil. De grijnzen worden nog breder als ik ineens verander naar *klap* *klap* *knie* – *klap* *klap* *knie*. Terwijl ik dit doe kan ik de kinderen verbaal en met mijn mimiek complimenteren. “Wauw, wat kan jij dit goed”, “Wat let jij goed op hoe ik precies klap” en “Wat doe jij goed mee!” zijn voorbeelden van deze complimenten. Er is ook een jongen die ik aan moet spreken. Dit onverwachte klapspelletje lijkt hem te veel en hij begint te lachen als een geit en klapt in het wilde weg met zijn handen en op zijn knieën. Terwijl ik blijf klappen met de kids, spreek ik hem aan met de keuze: “of je doet serieus mee, waarbij je best een klapfoutje mag maken of je kijkt en luistert mee”. Hij kiest voor het laatste, wat prima is natuurlijk.

Als ik de variatie nog moeilijker maak, besluit ik verbaal te ondersteunen met woorden. Woorden die de kinderen net hebben geleerd met lezen. In plaats van dat we alleen *klap* *klap* *knie* horen op onze lichamen, horen we daar nu de woorden “mug mug saus” bij. Naast de klap in de handen en de klap op de knie, doe ik daarna ook een knip in mijn vinger bij. Ik kies voor het woordje “jeuk” omdat de eu-klank lastig blijft voor de groep. In totaal weten we er acht minuten mee door te komen. Ik stop de groep met een stop-teken dat de kinderen kennen en het is direct stil. De klas vindt het geweldig. We bespreken de klanken van de woorden die de kinderen geleerd hebben (de tweetekenklanken eu en au, het verschil met de ou van hout en de medeklinker g). En dan is het tijd voor de gymles, die op een goede manier kan starten.

Er zijn allerlei spelletjes die wiebels uit de groep kunnen halen of die je kan doen als je een paar minuten over hebt. Simpele spelletjes die we allemaal kennen en kunnen uitvoeren. Mijn top 5 favorieten zet ik op een rij:

1.       Hoofd, schouders, knie en teen, een eeuwige favoriet. Dit heeft ook te maken met de mogelijkheid tot eigen inbreng. Denk aan “schoen, t-shit, broek en trui” of “staan, zitten, spring en buk”. Eindeloze variaties mogelijk!

2.       Een tip van mijn vriendin en collega, juf Lisa, is Just Dance. Op youtube zijn veel voorbeelden, ook specifiek van Just Dance Kids te vinden, die de kinderen mee kunnen dansen. Ook de hits van bijvoorbeeld Kinderen voor Kinderen doen het goed. Wel even van te voren instrueren dat de kinderen niet alleen maar rennen door het lokaal, maar dat het echt de bedoeling is na te dansen wat op het filmpje gebeurt. Dit voorkomt enige chaos. Super leuk!

3.       Ik heb ooit een spelletje gemaakt van het gooien van propjes. Een aantal leerlingen wilde telkens propjes in de prullenbak gooien en zij misten continu. Nu kan ik de zeurende juf spelen die dit verbiedt of ik denk de situatie om… Tijd om te oefenen dus! Om die reden zorg ik per groepje voor een prullenbak, krijgt elk groepje een stapel papier uit de papierbak en mogen ze gaan oefenen met gooien. Zijn de propjes van de groep op? Alle missers oprapen en opnieuw proberen! Het groepje dat als eerste alle propjes in de prullenbak gooit, is de winnaar. De kids vonden het zo leuk, dat ik het meerdere malen herhaald heb.

4.       “Simon zegt” blijft ook altijd goed, alhoewel ik hier altijd  “Juf zegt” van maak. Hier wordt ook meteen het luisteren geoefend en ook dit biedt eindeloze mogelijkheden in hoe groots je het wil maken. Hou je de kids aan tafel? Dan zal je juf/meester zegt daar om draaien met bijvoorbeeld ‘pak je potlood’ of ‘teken een zon’ (tip: je kan ze enorm leuke tekeningen laten maken!). Wil je de kinderen lekker laten bewegen? Zet je ze staand achter hun tafel en gaan je opdrachten over springen, zwaaien en squats.

5.       Dit jaar geef ik les aan groep 3 en een groot deel van de klas kan woorden wel hakken, maar hebben moeite met plakken. Ook dit doe ik graag in spel- of bewegingsvorm. Hoe? Simpel! Er mag niet gepraat worden, kinderen moeten laten ZIEN welk woord ik hak. S-T-AA-N, zorgt voor een klas die staat. L-OO-P, S-P-R-I-NG, B-U-K zijn andere voorbeelden. Maar ook hak ik S-T-OE-L, waarbij kinderen gaan zitten of hun stoel aanwijzen of B-OE-K, wat voor verschillende reacties zorgt zoals het wijzen naar de klassenbieb of het pakken van een boek uit het laatje. Uitvoering van de kinderen varieert en dat maakt dit spel nog een beetje leuker.

Er zijn nog veel meer (bewegings)spelletjes om tussendoor met de kinderen te doen. Andere vijf-minuten activiteiten die ik veel doe zijn voorlezen, Squla, een liedje zingen of een complimentenrondje. Vijf minuten over hebben is leuk!

juf-juul

De autonome juf

Nemen methodes de rol van de leerkracht over? Naar mijn mening wel. Of in ieder geval, te veel. Ik heb het zelf mogen ondervinden. Als kleuterleerkracht gaf ik methodelessen die een half uur per dag in beslag namen. Met de dagelijkse zaken die hier ook bij kwamen, kwam je misschien uit op een uur methodisch gericht leren per dag. De rest van mijn tijd als kleuterjuf, besteedde ik aan thematisch gericht leren en inspelen op de nieuwsgierigheid van de leerlingen. En natuurlijk hun gedrag, het is immers cluster 4. Vertrouwen in mijn rol als leerkracht die inspeelt op waar de leerling behoefte aan heeft. Ik voelde mij autonoom

Autonoom betekent eigenlijk onafhankelijk zijn, het gevoel hebben zelf iets te kunnen. Omdat ik als kleuterleerkracht een groot deel van de dag zelf in kon vullen, kon ik doelgericht werken aan precies dat waar de leerling behoefte aan had. Ik had vrijheid om hierin keuzes te maken en twijfelde geen moment aan mijzelf of ik de goede keuzes maakte. De ene leerling leerde letters, de andere leerling was druk met de telrij. Een groep 1 leerling speelde en zette daarbij de auto’s op volgorde van groot naar klein. Ik zorgde voor het juiste materiaal bij de juiste leerling. Ook merk ik nu nog het effect van thematisch werken. Het thema China was overal in de klas te vinden. In de bouwhoek werd de Chinese muur nagebouwd, in de huishoek was een Chinees restaurant met menukaart en echt Chinees geld. In de schrijfhoek oefenden we Chinese karakters en er werd gezongen en geknutseld over de Chinese cultuur. Ook thema’s als ‘de letterwinkel’, ‘bouwen’ en ‘bloemen in de lente’ zijn bij alle kinderen nog steeds, zeker een jaar later, bekend. Kinderen weten nog precies welke thema’s er behandeld zijn en kunnen er nog steeds over vertellen. Er was ruimte voor het kind. De kleuter. En toen…

Toen stond ik voor groep 3. Iets wat ik zelf graag wilde. Het ‘echte’ lesgeven vind ik fantastisch! Maar ik merk ook iets anders. Nu zit ik namelijk vast aan de methode met een handleiding waar letterlijk staat: ‘U vertelt de kinderen: “We leren vandaag de i van ik”.’ Ik voel meteen weerstand. Ik bepaal toch zeker zelf wel wat ik de kinderen vertel! En dan komt die onzekerheid. Want, als ik niet precies doe wat hier staat, leer ik de kinderen dan wel het goede aan? Sluit mijn les dan wel aan op de taal- en spellingmethode die zij volgend jaar krijgen? Wat nou als zij in een eindgroep komen en blijkt dat de basis (lees: groep 3) niet naar behoren is? Autonoom voel ik me al snel niet meer.

Het is toch eigenlijk raar dat ik vier jaar een opleiding tot leerkracht heb moeten volgen, om vervolgens voor te moeten lezen uit een methode. Begrijp mij niet verkeerd, ik neem aan dat iedereen dit soort letterlijke zinnen met een korreltje zout neemt en er toch in ieder geval zijn eigen draai aan geeft, maar toch mis ik iets. Ik mis het om zelf te bepalen hoe ik de lesstof aanbied en met kinderen verwerk. Ik baal ervan dat een methode bepaalt dat ik na twee dagen de ‘eu’ aanbieden, door moet naar de volgende letter. En dat terwijl de groep deze klank nog niet beheerst, maar omdat de methode dit voorschrijft. Een methode die vast met een reden zo rap door de stof gaat en om een bepaalde verwerking vraagt, maar het vraagt veel tijd, veel aandacht, veel concentratie en weinig eigen inbreng van de leerkracht of de leerling. Resultaat: gefrustreerde juf (ik bied toch precies aan wat de methode voorschrijft!) en gefrustreerde leerling (ik kan het niet, ik ken de eu nog niet en ik moet nu de ie al leren!). Cluster 4 ellende, dus. Want frustratie bij kinderen met gedragsproblemen is geen kattenpis. Nog iets om je autonome zelf mee uit te dagen.

Nu het goede nieuws: goede voornemens! Goede voornemens kan je wat mij betreft niet alleen per 1 januari, maar elke dag maken. Mijn voornemen voor de tweede helft van dit schooljaar is om wat meer lak (lees: schijt) te hebben aan de methode. Ja, ik bied de letters aan en ja, we maken de verwerking. Zoals de methode voorschrijft. Maar binnen een bepaalde tijdslimiet. Is de tijd voor de verwerking voorbij en is het niet af? Jammer dan. Er moet naar mijn mening meer tijd en ruimte voor komen voor een andere manier van verwerking dan een werkboekje dat de methode voorschrijft. Tijd voor variatie en herhaling op mijn manier. Heeft meer dan de helft van de klas moeite met de eu? Dan gaan we een eu-week organiseren. Hebben kinderen moeite met klokkijken? Dan doen we elke middag een klokkijk-kwartier waarbij we extra oefenen. Betekent dit dat we iets anders een keer niet kunnen doen? Waarschijnlijk. Maar dan worden de behoeften van de kinderen weer prioriteit. Ik kan mij weer autonoom voelen en de kinderen ook. En laat mijn autonomie nou het middel zijn en de autonomie van de kinderen het doel. Zoals de juf Juul methode zou zeggen: “U zorgt er deze les voor dat kinderen het gevoel hebben dingen zelf te kunnen”. Logisch, toch?

Juf wordt Hygge

Hygge is een manier van leven. Hygge gaat over de sfeer en ervaring die een mens kan voelen om gelukkig te zijn. Ik ben geen zweverig type, maar Hygge lijkt wel precies te passen bij wie ik ben en wat ik zou willen. Het kan omschreven worden als ‘de kunst van intimiteit creëren’, ‘knusheid van de ziel’ of ‘warme chocolademelk bij kaarslicht’. Mijn favoriete (zelf bedachte) omschrijving: ‘met een grote mok thee onder een dekentje op de bank terwijl ik door Netflix zap en een kat op schoot heb’.

Als leerkracht heb je schoolvakanties. Het romantische idee van deze vakanties is wat mij betreft best Hygge. In de vakantie kan ik plezier halen door mijn sociale, wellicht wat verwaarloosde, contacten te benaderen voor een kopje koffie in een gezellig café. Thuis voel ik Hygge als ’s winters de kerstboom met zijn lichtjes en de kaarsjes aan zijn, zorgend voor een precies goed evenwicht tussen licht en donker. ’s Zomers is Hygge meer festival en park. Het gevoel van buiten zijn en toastjes met kaas eten terwijl de zon ondergaat.

Voorafgaande aan deze kerstvakantie was ik onHygge. Ik heb stress ervaren, mij oververmoeid gevoeld en kon mijn ogen niet meer scherp stellen. Lachen lukte nauwelijks meer, behalve als iets echt grappig was. Zoals een jongen die iets nieuws proefde en een vreselijk lelijk gezicht trok. Of als ik een liefdesverklaring kreeg van een leerling die oprecht moest blozen. Maar al met al was de periode voor de vakantie zwaar en stressvol. En hoewel ik van alle kanten enorm geholpen ben om mij door die laatste weken voor de vakantie heen te slepen, was ik er klaar mee. Het was de eerste keer dat ik oprecht begreep dat leerkrachten vakantie nódig hebben. Mijn doel deze vakantie: Hygge.

Helaas begon de vakantie met een zware griep en een vlucht die gecancelled was. Very unHygge. Gelukkig kende ik deze term op dat moment nog niet, en was ik dus vooral boos, chagrijnig en snotterig. Ik was dan uiteindelijk ook erg blij dat we (weliswaar 13 uur later) toch in het vliegtuig zaten richting Denemarken. Er even tussen uit was precies wat ik nodig had.

 

20161231_171812

Tivoli Gardens, Kopenhagen. Oud en Nieuw ’16-’17

 

Het is wel bekend dat reizen iets is wat mij oprecht gelukkig kan maken. De voorpret, het daadwerkelijk iets van de wereld zien en de napret geven mij een gevoel van Hygge. Ik krijg er veel positieve energie van. Zelfs van een korte stedentrip word ik enthousiast en in dat enthousiasme kan ik nog weken blijven hangen. En laat dit nou net een mini-reisje zijn geweest die mij een nieuwe levenswijze heeft meegebracht. Het is niet voor niets dat de Denen de gelukkigste mensen op de wereld schijnen te zijn. Je voelt het als je door Kopenhagen loopt. De mensen stralen het uit. De vriendelijkheid, de lichtjes, de straatjes, de haventjes… Kopenhagen is Hygge.

Door bewust bezig te zijn met Hygge, merk ik dat ik weer zin heb om aan het werk te gaan. Vol energie mij verder verdiepen in de kindproblematiek, didactische uitdagingen aan gaan en alle administratieve stukken te schrijven. Ja, ik heb zin in alles wat de komende periode op mijn to-do lijst staat. En ondertussen? Ondertussen ga ik verder met Hygge. The Danish Way Of Living Well.

dsc_0353

“Juf, mag ik een compliment geven?”

Het is tijd om naar zwemles te gaan, als er een stille vinger de lucht in gaat. Hoewel het eigenlijk geen moment is voor vingers en de klas wat onrustig is, vraag ik aan deze jongen, A, om op een zachte manier zijn vraag te stellen. Hij fluistert: “Juf, mag ik S een compliment geven?”

Complimenten geven, dat is misschien wel de factor voor veel mensen om gelukkig te zijn. Complimenten krijgen geeft een goed gevoel over jezelf. Waardering is misschien wel het belangrijkste dat er is en complimenten zijn een actie die hier bij hoort. Complimenten geven, heeft op mij precies hetzelfde, positieve effect. En dat geldt inmiddels niet meer alleen voor mij.

Sinds ik voor de klas sta, doe ik geregeld letterlijk de uitspraak “ik geef je een compliment!”. Op deze uitspraak volgt dan waar het compliment voor is, voor het effect van de positieve feedback die je de leerling op dat moment geeft. Van complimenten groeien kinderen. Letterlijk. Je ziet kinderen ineens recht(er)op gaan zitten aan tafel als ze een compliment krijgen. Of kinderen tillen hun kin op, waardoor ze groter lijken. Het zelfvertrouwen groeit met het kind. Een stukje negatief zelfbeeld, wat veel voorkomt in het cluster 4 onderwijs, wordt weggenomen. Daarnaast is het ook een succesmoment voor mij als leerkracht. Immers, als ik een compliment uitdeel aan een kind, wordt er een stukje positiviteit in de groep gegooid. Elk compliment dat ik kan geven, voelt indirect als een compliment voor mij. Het geeft mij een trots gevoel om complimenten te geven aan mijn lieve, gedragsmatig moeilijke leerlingen. En de kleine successen mogen groot gevierd worden. Als een leerling met ODD tijdens een opstandige bui zichzelf rustig weet te krijgen en daar een compliment voor kan accepteren, is er een succes dat gevierd mag worden. Een overwinning. Meer complimenten dus.

Om het negatieve beeld van kinderen te verminderen, werk ik ook met de ouderwetse gekleurde bolletjes in een doorzichtige pot. Een pot waar op staat ‘Bedankt voor het afgelopen schooljaar! Liefs van K.’ Het wekt meteen een positief gevoel op bij mij en de leerlignen. Het gedrag van de kinderen wordt elke week individueel geëvalueerd. Vindt de leerling dat hij een goede week heeft gehad, wordt er een groene bol in de glazen pot gedaan. Zijn er leerlingen die denken dat ze goed hebben geoefend, maar dat ze nog beter kunnen, doen ze een gele bol in de pot. Rode bollen? Die hebben we niet. Want in onze groep gaan wij ervan uit dat elk kind oefent met zijn gedrag, ook als het moeilijk is en nog niet lukt.

Een tikkeltje verbaasd, maar met een onwaarschijnlijk grote glimlach, vertel ik A dat hij zeker een compliment mag uitdelen. Terwijl ik dat zeg, valt er een stilte in de klas. Ze lijken allemaal te willen horen wat A gaat zeggen en kijken nieuwsgierig zijn kant op. “S, wat heb jij een mooie jas, zeg!” zegt hij met een luide en duidelijke, doch zeer vriendelijke stem tegen zijn klasgenoot die aan de andere kant van het lokaal zit. De jongens kijken elkaar aan, glimlachen terwijl ze in elkaars ogen kijken en ik voel de vriendschap. Er gaat een duim de lucht in. Van S. “Top hoor, dank je,” zegt hij giechelend.

Sindsdien is complimenten geven een hot item in de groep. We oefenen het als iemand nieuwe schoenen of een nieuw kapsel heeft. Maar ook als iemand heeft geoefend met zijn gedragsdoel of een moeilijke som weet op te lossen. Zoals ik dan zeg in mijn groep: “Complimenten voor dit lieve compliment!”

 

dsc_0036

“Juf, vergeet u de bolletjespot niet?!” – willekeurige leerling op een willekeurige vrijdagmiddag.

 

 

 

 

Feeding gedrag – Feedback en Feedforward

We kennen het allemaal wel, feedback krijgen. Toch blijkt dat feedback niet altijd gericht genoeg en juist geformuleerd gegeven wordt, wat nadelige gevolgen kan hebben. Denk aan een negatief zelfbeeld, het gevoel het niet te kunnen. Afgelopen maart ben ik afgestudeerd als Master Special Educational Needs, waarbij ik onderzoek heb gedaan naar het geven van feedback op gedrag als interventie bij jonge cluster 4 leerlingen.

Gedrag kan aangeleerd worden, maar dit gaat niet zomaar. Naar mijn mening moet gedrag aangeleerd worden zoals een leerling ook leert lezen en rekenen: stap voor stap. Herhaling is de sleutel tot succes. Het doel? Simpel. Duurzaam vaardigheden aanleren.  Zoals ik omschrijf in mijn scriptie: “Duurzaamheid van de verandering is het daadwerkelijke leerresultaat. Het kind heeft immers op school in groep zeven geleerd hoe het een taart eerlijk kan verdelen, maar laat het leerresultaat pas zien als het op zijn achttiende verjaardag en op zijn vijftigste verjaardag nog steeds weet hoe hij dit moet doen. Dit geldt ook voor gedrag: als het kind op meerdere momenten in vergelijkbare situaties het geleerde toe kan passen, dan is het gewenste leerresultaat behaald.”

De vraag is dus eigenlijk hoe gedrag aangeleerd moet worden. En hierbij kan weer gedacht worden aan een simpele rekenles. Je biedt aan hoe een vraagstuk opgelost kan worden en geeft kinderen meerdere gelegenheden om nieuwe vaardigheden te oefenen. Lukt het niet, dan wordt de oplossing op een andere manier aangeboden, om te kijken of het de leerling dan wel lukt. Maar wat zeg en doe je als leerkracht om nieuwe vaardigheden aan te leren?

Het proces van feedback en feedforward geven aan leerlingen. Momenten hiervoor zijn tijdens de voorbereidingen, uitvoering en tijdens de evaluatie van het leerproces. Gedrag kan je dus aanleren door verwachtingen te scheppen, aandachtspunten aan te wijzen tijdens het proces en na afloop. Zeer belangrijk is het hoe. Want hoe geef je goede feedback aan leerlingen? Daarbij in acht genomen dat ten opzichte van één correctie naar de leerling, minstens drie gerichte complimenten moeten staan.

Een paar belangrijke begrippen: oplossingsgericht werken, positieve gespreksvoering en gerichte feedback. “Goed zo” is niet voldoende om door te gaan voor feedback. Immers, wat heeft een kind dan goed gedaan? Zit het goed op zijn stoel? Werkt de leerling netjes in zijn schrift? Heeft de leerling geluisterd naar je? De feedback is niet specifiek. “Wauw, wat zit je netjes op je stoel, A! het stoplicht is oranje dus je mag alleen met je buurman overleggen. Zet ‘m op, je kan het.” Dát is oplossingsgerichte, positief geformuleerde feedforward op gewenst gedrag. En het werkt.

Mijn doel gedurende het onderzoek was als volgt: leerkrachten vaardiger maken in de omgang met gedragsproblematiek. En de interventie om op een goede manier feedback (eigenlijk beter te noemen als feedforward!) te leren geven aan leerlingen, zorgt voor grote vooruitgang op kleine momenten gedurende de hele schooldag. Vandaar even deze korte motivator om na de herfstvakantie allemaal weer bewust positieve feedback te gaan geven. Doen dus!

loesje-school

De weg naar integraal onderwijs: do or don’t?

De definitie van integraal is ‘allesomvattend’. Ofwel, het ontbreekt aan niets. Integraal onderwijs zou dus eigenlijk gedefinieerd kunnen worden als onderwijs in alles. Veel leerkrachten zullen direct aangeven dat er in veel wordt onderwezen, maar zeker niet in alles. Immers, waar haal je de tijd vandaan? Er moeten reken- en taallessen gegeven worden, voor een minimaal aantal uur per week en de kennis van de leerlingen moet worden getoetst. Onderwijs in rekenen en taal is er dus, kwaliteit van dit onderwijs dan even buiten beschouwing gelaten. Maar waar is dan de rest? Waar is de alledaagse les van zelfontplooiing? Het leven ervaren? Een kind zich laten ontwikkelen naar eigen interesse en interne motivatie? Want laten we eerlijk wezen, een diploma is natuurlijk hét voorbeeld van externe motivatie. En laat integraal onderwijs daar nou juist op tegen zijn.

In India is de onderwijsvernieuwing omtrent integraal onderwijs in volle gang. Hier spreken zij over een onderwijsconcept dat aandacht schenkt aan niet alleen het vergaren van kennis en vaardigheden die leiden tot een diploma. Nee, het gaat juist om de fysieke, mentale, sociaal-emotionele en spirituele aspecten van de mens die tot ontwikkeling moeten komen. Want dat leidt tot interne motivatie, waardoor kennis en talent naar buiten komt bij elk individu. Kort gezegd: Als een mens de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen, zal hij vanuit eigen interesse kennis vergaren en vaardigheden aan (willen) leren.

Verandering ben jij. Dit betekent dat de rol van de leerkracht in integraal onderwijs zich vooral uit in het voordoen. De leraar moet het levende voorbeeld zijn in persoonlijke ontwikkeling en vooruitgang willen boeken. Daarnaast is het natuurlijk aan de leerkracht om kinderen als individu te benaderen en te voorzien in hun persoonlijke behoefte aan het aanleren van vaardigheden en het aanbieden van kennis.

In Auroville in India wordt de gemeenschap gebruikt als leerschool. Kinderen gaan naar school in een zogenaamde Base Camp en trekken de maatschappij in voor lessen, ook wel workshops. Dit kan zijn in de bakkerij of in een theater. Kinderen hebben hier niet alleen integraal onderwijs, maar doen eigenlijk aan integraal opgroeien in de eigen gemeenschap. Zoals ik in Praag heb geleerd: een kind maak je niet klaar om te leven in de toekomst, het kind leeft nu al. En dit vind ik daar een prachtig voorbeeld van.

20160925_105544-1

Lonely Planet “India”, 2015

 

Integraal onderwijs is naar mijn inzicht een prachtige vorm van onderwijs. Met name omdat het kind centraal staat. In Nederland vind ik dat toetsen en opbrengstgericht werken centraler staan dan het individu. Om het zo te zeggen, een goede opbrengst is wat de Nederlandse maatschappij van de kinderen vraagt, dus het is onze taak als onderwijzer om kinderen dat diploma te bezorgen aan het eind van zijn schoolcarrière. Het doet mij denken aan mijn middelbare schooltijd. Ik werd na twee jaar havo/vwo naar de havo gestuurd, met het idee dat ik dat diploma dan zeker zou halen en met een mooie cijferlijst, terwijl ik als ik naar het vwo zou gaan wellicht een jaar extra zou moeten doen of dat diploma niet zou behalen. Een typisch voorbeeld van opbrengsten zijn belangrijker dan het individu. Bij mij werkte het wat averechts: ik heb uiteindelijk geen spetterende eindlijst gehaald op de havo omdat ik de uitdaging miste en mijn persoonlijke interesses niet meer lagen in het volgen van het onderwijs. Laat ik duidelijk zijn,  ik heb een fantastische tijd gehad op de middelbare school en niks gemist. Juist vanuit mijn eigen interesses die later ontstonden ben ik een Masteropleiding gaan volgen, waardoor ik vanuit interne factoren alle externe factoren behaald die ik wilde halen. Het is wel frustrerend dat deze keuzes voor een leerling gemaakt worden, in plaats van met een leerling. Maar dat is mijn persoonlijke ervaring van het Nederlandse middelbare schoolsysteem zoals dat werd toegepast in 2005.

afbeelding-150

Diploma-uitreiking, 2008

 

Begrijp mij niet verkeerd, opbrengsten zijn belangrijk om te kijken wat een kind kan. En met name alles uit een kind halen wat er in zit (denk aan vaardigheden, kennis en sociale ontwikkeling), vind ik zeer belangrijk.  Maar missen wij niet het stukje persoonlijke ontwikkeling? Talentontwikkeling? Interne motivatie? Zit Nederland niet teveel op diploma’s, in plaats van zelfontplooiing? En welke aspecten van integraal onderwijs, zoals in India nu toegepast worden, zouden in Nederland van toegevoegde waarde kunnen zijn?

Woensdag 28 oktober ga ik deze vragen voorleggen in theater de Meervaart te Amsterdam aan onderwijsgerelateerde bezoekers tijdens een onderwijscafé. Want wat vindt onderwijsland eigenlijk van dit onderwerp?

In november ga ik naar India om integraal onderwijs zelf te mogen ervaren. Met het idee om voor mijzelf goed antwoord te kunnen geven op de vraag: Integraal onderwijs, do or don’t?

20160925_105344