Ik staak!

Vandaag, 15 maart 2019, leg ik voor het eerst mijn werk neer. En dat terwijl ik mijn werk ontzettend leuk en belangrijk vind. Waarom ik toch staak? Simpel.

Ik staak omdat het lerarentekort nu is. En dat is zeer schrijnend. Er groeit een generatie op die ’s morgens niet weet welke juf of meester er voor de klas staat. En deze generatie leraren (en directies) ervaart daar werkdruk van. Want wat gebeurt er met de taken buiten het lesgeven van die collega en de leerlingen overdag als een collega wegvalt? Ik heb ervaren dat er vol verbazing door de koffiekamer wordt gekeken bij de mededeling dat er geen zieken of uitvallers zijn op een dag. En niet omdat men iets vindt van mensen die ziek zijn of uitvallen, maar door de druk die het in onderwijsland meebrengt als er iemand uitvalt. Uit liefde voor de collega’s die zijn komen werken die dag, de invallers die komen bijspringen. Vol ongeloof een ‘gewone’ dag in, zonder de druk van het niet kunnen opvangen van uitvallende collega’s, die zich daar ook nog eens schuldig over voelen. Dat moet anders kunnen.
Waarom ik nog meer staak? Omdat ik niet kan bevatten hoe het salarissysteem werkt in onderwijsland. En dan bedoel ik niet eens de kloof tussen PO en VO (hoewel daar ook wat voor te zeggen valt, zeker als je in het (V)SO werkt), ik bedoel dat mensen die hun jaren achteroverleunend uitzitten, meer verdienen dan mensen die jonger zijn en misschien wel drie keer zo hard werken, extra taken doen vanuit het hart en continu bezig zijn met persoonlijke ontwikkeling en die van hun leerlingen. Want in onderwijsland is het helaas niet zo dat hard werkende mensen die aantonen te ontwikkelen, in gesprek kunnen gaan en een schaal omhoog mogen. Het beklimmen van de salaristrap is leeftijdsgebonden. Leeftijdsgebonden! En als je oud genoeg bent, dan stop je met groeien, want dan heb je ‘de top’ bereikt. Absurd en demotiverend! Natuurlijk is er de befaamde LB/LC/LD schaal, maar er zijn altijd maar een paar fte te vergeven en de overige harde werkers hebben pech. Over concurrentiestrijd binnen een ambitieus team gesproken. En een directie die niet kan belonen zoals het zou willen. Doodzonde.
Maar waarom ik vooral staak, zijn de leerlingen. Leerlingen hebben recht op inhoudelijk goed onderwijs. De nadruk moet weer liggen op lesgeven, in plaats van de rompslomp eromheen. En goed lesgeven begint bij de basis. Goed klassenmanagement, een rijke leeromgeving, onderwijsbehoeften signaleren en daar je aanbod op baseren en een fijne sfeer in een groep creëren. Dat kan alleen de échte leerkracht. De échte leerkracht met passie en liefde voor zijn vak. Helaas heeft nu niet elk kind dat. Maar dat verdient toch elk kind? Doodzonde.
P1010917

Ik ben juf en ik staak!

Advertenties

Juf Julia in het Rijksmuseum

Als je met een klas TOS-leerlingen de eregalerij van het rijksmuseum binnenkomt en er roept er één, inclusief articulatieprobleem: “Juf, kijk! De nachtwacht!” dan maak je mij een hele trotse en blije juf.

Als we bij De bedreigde zwaan komen steekt een leerling meteen zijn vinger op. “Vogel is boos. Zwaan. Eier niet stelen, niet leuk.” Juf Julia smelt.

Als we onze tour vervolgen naar Het melkmeisje, wordt mij uitgelegd door een leerling dat het meisje in de keuken staat en melk aan het schenken is maar niet uit een pak. En dat de jurk van het meisje blauw, rood en geel is.

We genieten met elkaar van de “schilderramen” en het “kleurenplafond”. De verwondering van de kids is een feestje. Juf Julia’s tour door het museum is geslaagd.

IMG_20190208_142555_648

Iets met gevoelens

Als de kinderen binnenkomen, kijken ze met een verbaasde blik naar de gekleurde meter die aan de zijkant van de kast hangt. Het ene kind loopt door, alsof het niet bestaat. Het andere kind blijft er voor staan. Starend. Dan wijst hij.
“Blij”, zegt hij met een zachte stem. “Klopt, die is blij! Ben jij ook blij?”  vraag ik. Het jongetje draait zich om en kijkt me aan, met grote, vochtige ogen. “Nee”, zegt hij. “Ik ben verdrietig.”
“Jij bent verdrietig”, reageer ik. “Waarom ben jij verdrietig?”
“Hoest”, antwoordt hij en er komt een rochelende hoest achteraan, uiteraard recht in mijn gezicht.
Terwijl ik mijn best moet doen om mijn lachen in te houden, schenk ik een beker water in voor de beste jongen en laat hem daarna voor het eerst zijn eigen knijper plaatsen op het gevoel dat op dat moment bij hem past. En inderdaad, hij zet zijn knijper op ‘verdrietig’.
Ik roep elk kind even bij me en iedereen zet zijn knijper op hoe hij zich voelt, variërend tussen blij, oké en verdrietig.

Als we ‘s middags in de kring zitten, haal ik de gevoelsmeter er even bij. We gaan de gevoelens blij, oké, boos, bang en verdrietig langs. De laatste strook, waar ‘privé’ op staat, sla ik even over. De kinderen komen om beurten bij mij en kijken of hun knijper nog bij het juiste gevoel staat of dat ze zich anders voelen. Vervolgens mogen ze de pijl meteen verplaatsen. Mijn spring-in-’t-veld jongetje, lekker enthousiast en praatgraag maar met een enorm articulatieprobleem, kijkt met een brede glimlach mee en juicht zijn klasgenoten enthousiast toe. Als hij zelf aan de beurt is, wijzigt ineens zijn blik. Zijn wenkbrauwen en mondhoeken staan ineens naar beneden en hij roept, inclusief articulatieprobleem: “Ik ben boos! Ik ben er hélemaal kláár mee!” en hij staat op en verplaatst zijn knijper van blij naar boos. Terwijl ik mijn lach moet inhouden vanwege dit acteerspel, vraag ik of hij nog een keer kan uitleggen waarom hij boos is. Zijn reactie, inclusief wilde gebaren: “Ik zeg toch al! Ik ben er hélemaal kláár mee!” en hij gaat weer zitten op zijn stoel, armen over elkaar, zijn gezicht op boos. Als mijn collega hem een compliment wil geven, draait hij zich met een grote glimlach naar haar om. “Dank je, juf!” zegt hij en hij wiebelt op zijn stoel van enthousiasme met zijn tong uit zijn mond van blijdschap. Genieten.

Voor we naar huis gaan mogen de kinderen nog een keer checken of hun knijper nog staat op het gevoel dat ze voelen. Ik ben blij om te zien dat bijna alle kinderen zich blij voelen, inclusief de kleine acteur. Maar een andere leerling heeft zijn knijper op ‘privé’ gezet. Hij komt naar mij toe en zegt: “Kijk, mijn knijper staat op die want ik wil je wat alleen aan jou vertellen ik wil dat dus de knijper is nu daar”.  Zelfs zonder uitleg, begrijpt hij wat het betekent als je iets privé aan iemand wil vertellen. Mooi toch?

En juf? Juf was moe vanochtend, dus haar knijper stond op oké. Maar toen ze naar huis ging, heeft ze haar knijper verplaatst naar blij. Want wat heb ik toch een leuke baan en heerlijke kinderen. Ik ben benieuwd waar de knijpers morgen staan.

It’s a kind of magic

Toen ik jong was, en nog steeds wel eens (lees: guilty pleasure), keek ik graag naar de serie Charmed. Het verhaal van zussen die ook nog eens konden toveren en zo alle kwade demonen konden verslaan, kicking ass, sprak mij enorm aan. Niet gek, als je zelf één van vier zussen bent en wel houdt van een beetje actie en avontuur. Daarnaast heeft Harry Potter wellicht ook bijgedragen aan mijn voorliefde voor tovenarij. Ik denk dat ik er nu achter ben gekomen dat ik ook een beetje kan toveren. En ik heb er geen eens een toverstok bij nodig!

Gisteren startte ik de dag na de herfstvakantie met drie nieuwe leerlingen. Dus ik verwelkomde de kinderen met behulp van mijn teamleider die een oogje in het zeil hield bij de rest van de groep. Twee van de nieuwe leerlingen waren zo enthousiast, dat de ene direct de oren op onverstaanbare wijze van mijn hoofd kletste en de ander, na een beetje te zijn ontdooid, erg geconcentreerd met een brede glimlach ging werken.

Nummer drie was een ander verhaal. Nummer drie huilde hartverscheurend en met pijn in ons hart moesten we de aangeslagen ouders wegsturen. Het huilen ging door. Toen het meisje vermoeider werd, stopten weliswaar de tranen, maar het geluid dat uit haar keel kwam hield aan.

Meerdere dingen werden uitgeprobeerd. Een kopje koffie halen met de ene juf, op schoot zitten bij de andere juf, aan de hand van de muziekmeester over het schoolplein wandelen. Niks leek te werken. Streng zijn over de tranen leidt haar even af, maar dat zijn dan ook de enige stille momenten van de dag.

Om één uur komt ze ineens naar me toe. Haar tranen zijn plots verdwenen, het schrijnende geluid is gestopt. Ze kijkt mij in mijn ogen en er verschijnt een grote glimlach op haar gezicht. “Jij bent lief, hoor”, zegt ze en ze slaat haar armen om mijn middel en geeft een kus op mijn arm. “Nu spelen, dan opruimen en dan naar huis!” roept ze vrolijk, terwijl ze naar het rooster op het bord wijst. De groene pijl staat op ‘spelen’ en ze wijst vanaf de pijl naar beneden terwijl ze vertelt wat er nog moet gebeuren voor ze naar huis gaat. De rest van de middag speelt ze vrolijk verder en met een brede glimlach zwaait ze mij later uit als ze met papa en mama mee naar huis gaat, die beiden hun dankbaarheid uitspreken dat ik hun dochter een fijne schooldag heb kunnen bezorgen. Waar de dag zo sneu begon, eindigde de dag in oprecht geluk.

Soms denk ik dat ik tover, want dit is maar één voorbeeld waarbij het gedrag van een leerling binnen enkele seconden ineens is gedraaid. Wat ik precies doe, weet ik niet. Maar vandaag besloot hetzelfde kind na anderhalf uur weer uit het niets te stoppen met huilen en mij de hele dag knuffels te geven en te genieten van haar dag op school. Ik kan ook nog vertellen over een jongen, die de eerste paar schooldagen gedragsproblemen liet zien en nu letterlijk groeit in de klas (hij zit trots rechtop) als hij weer tot leren is gekomen en een lesdoel heeft behaald.

Ik denk dat elke juf of meester kan toveren. Of eigenlijk denk ik dat we allemaal iets magisch bezitten. De juf heeft iets magisch over zich, waardoor kinderen ineens kunnen besluiten zich anders te gedragen. Te willen leren.

Of misschien is het juist wel andersom. Misschien vind ik de kinderen wel zo magisch, dat ze mij weten te betoveren. Elke dag weer.img024


Taal en zo

Na week vier voelt het safe genoeg om iets te delen over mijn eerste ervaringen in het cluster 2 onderwijs. Want zoals inmiddels wel bekend, was het na alle gedragsproblemen tijd voor mij om mij te storten op taalproblemen.
Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik erg hou van taal. Vooral het gebruiken van taal. Ik praat veel, ik praat hard, ik praat snel. Daarom was ik stiekem best een beetje gespannen of deze populatie leerlingen wel bij mij zou passen.

Toen bijna vier weken geleden de eerste schooldag van het nieuwe jaar begon, heette ik mijn nieuwe telgen welkom in de groep. Sindsdien geniet ik van elk moment met deze kinderen. Taal is voor deze kinderen een wonder en ik mag ze dat leren! Al op dag twee of drie was er een jongen die verbaasd opkeek toen hij in één keer “goedemorgen” kon zeggen zonder hulp. Hij was verbaasd over zijn eigen vooruitgang!

Al snel oefenden we om onszelf voor te stellen. Pietje, die net vier is geworden, oefende ook de zin: “Ik ben Pietje”. Op dag 1 en 2 lukte hem dit alleen samen met de juf. De andere kinderen luisterden geduldig mee terwijl deze jongen de hele tijd oefende met deze zin. Op dag 3 geschiedde het wonder: Hij zei, nee, hij riep: “IK BEN PIETJE” en er volgde een luid gejuich van Pietje zelf die opsprong en een vreugdedansje deed. Een medeleerling begon spontaan te applaudiseren en legt mij nog even uit dat het knap is wat Pietje kan “Want gisteren kon hij dit nog niet juf. Knap van hem”. Ja, knap van hem.

De anderhalve week die hierop volgde, was het antwoord van Pietje op elke vraag “Ik ben Pietje!”, iets waar ik enorm van heb genoten. Als ik hem vroeg hoe oud hij was, was het antwoord “Ik ben Pietje”, waarop ik antwoordde “Dat klopt, maar hoe oud ben jij?” met als gevolg “Ik ben Pietje” inclusief vreugdedans. Inmiddels kan hij ook vertellen hoe oud hij is. En nog steeds antwoordt hij dit als hij het antwoord op de vraag niet weet. Maar hij vraagt nu ook met een correcte zin om hulp en kan andere aangeleerde zinnen correct toepassen. Ook thuis, zo blijkt als we op huisbezoek zijn bij Pietje, wanneer hij “Stop, hou op!” zegt als hij wil dat er met iets gestopt wordt. Ook werd me op dat huisbezoek een kleine spiegel voorgehouden toen hij twee duimen opstak en zei “Goed gedaan, zeg!” nadat zijn broer een mooie truc met de jojo uithaalde. Genieten dus.

Deze week heeft Pietje leren tellen tot 5. Hij weet wat drijven en zinken is. Hij juicht bij elk goed antwoord op een vraag (of hij het antwoord nou geeft of een andere leerling) en hij applaudiseert bij alles wat hij ziet en hoort. Zijn enthousiasme maakt mij en de rest van de groep ook enthousiast. Ik heb dan ook een heel fijn groepje.

Of dit type onderwijs bij mij past? Misschien is het nog te vroeg om daar echt een gedegen uitspraak over te doen. Maar dat ik met veel zin opsta om naar mijn werk te gaan zegt, voor mij op dit moment genoeg. Ik vind het bijna jammer dat het weekend is...

CRqiZzaUEAAqsyH

Iets met een nieuwe achternaam en filmsets (en wat die met elkaar te maken hebben)

Een tijd lang is het stil geweest. Dit is niet omdat ik zo weinig te doen had of omdat ik niks heb meegemaakt de afgelopen 12 maanden. Integendeel!

Van een appartement besloten we, van letterlijk de een op de andere week, te verhuizen naar een eengezinswoning. Reageren op het juiste moment en een goede dosis geluk, heeft ertoe geleid dat we konden verhuizen binnen een zeer korte tijd. Een feestje waard!
Dat feestje kwam op 1 juni 2018. Toen ik op 23 juli 2016 ten huwelijk werd gevraagd in de Grand Canyon, prikten we direct een datum, waarbij er genoeg speling was om voldoende te kunnen sparen voor een bruiloft zoals wij die graag wilden hebben. Op een pont, met uitzicht over ‘t IJ, gaven we elkaar het ja-woord. Het feestje dat hierop volgde, bevatte stagediven (in mijn grote jurk, jazeker), op schouders getild worden en hard meezingen met onze favoriete hits. Genieten dus.

1 juni 2018Maar trouwen is ook direct een goed excuus voor wederom een mooie reis. Een jaar of zeven geleden besloot mijn man (ha, dat is geestig om te zeggen) de televisieserie Lost te gaan kijken en hij begreep meteen mijn liefde voor de omgeving die hierop te zien is. Als vervolgens blijkt dat Jurassic Park daar ook is opgenomen, besluiten wij waar onze huwelijksreis naar toe moet: Hawaii!
Dus vier dagen na de start van de zomervakantie, vertrokken wij voor vier weken naar de andere kant van de wereld. Voorafgaand aan de reis, werd dit nog een beetje spannend. Zes mei 2018 is de vulkaan op The Big Island, begonnen met uitbarsten. En dat doet deze vulkaan nog steeds…
Het mocht de pret niet drukken, dus we gingen op reis. Hawaii bestaat uit vele eilanden en wij zijn naar de vier grootste geweest: Oahu, Kauai, Maui en Hawaii (The Big Island).
Onze reis startte op Oahu, het bekendste eiland. Hier ligt het bekende Waikiki Beach in Honolulu en er wonen 1 miljoen mensen (met een totaal van 1,4 miljoen inwoners op heel Hawaii is dit dus veruit het dichtstbevolkte eiland). Diamond head (de gedoofde vulkaan) wordt meteen de eerste dag beklommen en drinken uit een ananas is een welkome verkoeling na afloop. Pearl Harbor heeft veel indruk gemaakt en vraagt om het kijken van de film, alhoewel de eerste akte van die film wat mij betreft doorgespoeld mag worden. In plaats daarvan is het kijken van The Making Of veel leuker, omdat dit daadwerkelijk in Pearl Harbor heeft mogen plaatsvinden. We besluiten ook de waterval op te zoeken die in seizoen 1 van Lost wordt gefilmd en te genieten van Waimea beach, het “Lost strand”.


Om vervolgens door te vliegen naar Kauai. Kauai is The Garden Island en dat merk je direct. De natuur is zoals je die alleen kent van plaatjes. Het groen van de bomen en planten is echt groen. De blauwe zee is echt blauw. We bezoeken Waimea Canyon, hiken naar de top van de Sleeping Giant, zwemmen in Hanalei Bay en we varen langs de prachtige Na Pali Coast, dat loopt van het Oosten naar de Noordkust van het eiland. De wegen op Kauai gaan van het Zuid-Oosten naar het Noorden (rechtsom dus), praktisch alleen langs de kust. Het binnenland is ongerept. Natuurwonderen? Jazeker. Zijn delen van Jurassic Park hier opgenomen? Jazeker.


Maui is het jonge eiland. Niet omdat het geen oud eiland is, maar omdat de jongeren er komen. Het is het enige eiland met een nachtleven. We hebben werkelijk moeten wennen aan het feit dat op elk ander eiland de restaurants uiterlijk 21 uur sluiten. Na het opzetten van de tent kregen we autopech, maar met dank aan Houston, kregen we al snel een nieuwe wagen om ook dit eiland te verkennen. Overigens is kamperen op Hawaii een feestje, want wie wil er nu niet douchen terwijl je naar de Melkweg kijkt? Het Haleakala National Park heeft enorme indruk gemaakt. Het was een spontane actie om dit park te bezoeken en deze slapende vulkaan met vele kraters heeft veel weg van een maanlandschap. Surfen stond ook hoog op ons lijstje (je kan niet naar Hawaii en dan niet willen surfen) en dankzij onze leraar Benny, konden we de tweede golf al netjes met twee voeten op de plank staan.


Op The Big Island hebben we een hoogtepunt mogen ervaren. De vulkaan die aan het uitbarsten is zorgt voor prachtige taferelen die wij vanuit een helikopter hebben mogen aanschouwen. De stromende lava en de huizen die bedolven zijn onder het gesteente zijn adembenemend.
Bij het James Cook monument hebben we mogen snorkelen bij de cliff waar de ontvoeringsscène van Finding Nemo op is gebaseerd. Altijd leuk.
Makalawena Beach zorgde ook voor een onvergetelijke ervaring. Terwijl wij rustig op het strand zaten, liet een zeeschildpad (die we al snel Woody noemden) zichzelf aanspoelen om eens lekker te genieten van de zon! Toen we vervolgens met onze snorkelmaskers de zee gingen verkennen, kwamen we naast de vele Nemo’s en Dory’s nog een zeeschildpad (Woody’s maatje Buzz) tegen, die lekker aan het rondzwemmen was. Wat een feest!


De laatste dagen zaten we in de wijk Waikiki Beach. Naast strandhangen, kon het bezoeken van meer filmsets niet uitblijven deze vakantie. De Kualoa Ranch met zijn bijbehorende Valley, is het gezicht van vele films en series. Ik noem even een Jurassic Park/World, Jumanji, Lost, Hawaii Five-0, Kong: Skull Island, Pearl Harbor, 50 First Dates en nog vele anderen. En als je die vallei dan toch verkent, kan je dat net zo goed doen door er doorheen te ziplinen.


Hawaii is een prachtig gebied en als het niet zo ver weg had gelegen, zou ik er elk jaar naar toe kunnen gaan.
Hawaii heeft voor een onvergetelijke tijd gezorgd, tussen twee banen in. Want waar ik vier dagen voor deze reis stopte met werken in het cluster 4, start ik deze week in het cluster 2. Een nieuw avontuur. Ik heb er zin in!

Natuur en onderwijs in Madagaskar

Madagskar. Het meest bijzondere en het oudste eiland op Aarde. De planten, dieren en mensen zijn anders dan ik ooit heb gezien of meegemaakt. De Baobabs torenen boven alle andere planten uit, terwijl hun stammen steeds breder worden om zoveel mogelijk vocht in zich op te nemen voor drogere seizoenen. Maki’s springen van boom naar boom (tot wel 10 meter ver!) om vervolgens te zonnebaden, terwijl de leaf tailed ghecko zich onherkenbaar verstopt tussen de bladeren.

En dan de mensen. Madagaskar heeft vastgezeten aan Afrika, India en Arabië. Dit is terug te zien in de mensen tot op de dag van vandaag. In het noorden wonen mensen die veel weghebben van Arabische mensen. In centraal Madagaskar, waar de verschillende stammen met name rijst verbouwen, doen de mensen Aziatisch aan. In het Zuiden worden de mensen donkerder en lijkt ook de natuur meer op de savanne en steppe zoals ik ken van de plaatjes uit het continent Afrika.

Onze reis ging van centraal Madagaskar naar het oosten, om vervolgens via de RN7 naar het zuidwesten te rijden. Van regenwouden tot woestijn. Van dagen regen in Ranomafana tot felle zon aan de Straat van Mozambique. Kiki was onze chauffeur en gids gedurende deze reis en heeft ons verteld over de geschiedenis, de verschillende stammen en over de flora en fauna van Madagaskar. Tijdens een autorit, reden wij door verschillende kleine dorpjes. Het was marktdag in een dorpje, waarvan de chauffeur de naam niet kon vertellen, en we besloten uit te stappen. Kiki ging met ons de markt op, om uit te komen bij Hira Gasy. Hira Gasy is een verhalenverteller, die in het moderne Madagaskar, met name tijdens schoolvakanties, van marktplein naar marktplein trekt om verhalen te vertellen. Dit doet hij door middel van drama, zang en dans. De verhalen gaan over goed en kwaad en er zitten belangrijke levenslessen in.

Kiki vertelt ons dat Hira Gasy vroeger, voor de Franse kolonisatie die tot 1960 duurde, de enige vorm van onderwijs was in Madagaskar. Kinderen kregen toen niet tijdens schoolvakanties, maar elke week als het market day was, de gelegenheid om te luisteren naar de levenslessen die de Hira Gasy vertelde. Het was het enige dat ertoe deed. Immers, 90% van de bevolking in Madagaskar is boer, dus normen en waarden zijn belangrijk, maar andere schoolse zaken zijn niet van belang. De meeste Malagassen zijn zich er niet eens van bewust dat ze op een eiland wonen! Nog steeds gaat lang niet iedereen naar school. Hoewel onderwijs van 6 tot 11-jarige leeftijd verplicht is, wordt dit nauwelijks nageleefd. Ongeveer de helft van de bevolking gaat naar de lagere school (en kan dus lezen en schrijven) en maar 1% gaat naar de universiteit. Madagaskar heeft in de hoofdstad een eigen universiteit, die zich vooral bezighoudt met het beschermen van de natuur en hoe toerisme daarin een belangrijke geldbron kan zijn.

Hira Gasy

Hira Gasy, de oudste vorm van onderwijs op Madagaskar

Momenteel is er nog maar 10% over van het oorspronkelijke regenwoud in Madagaskar. Vele dieren die wij hebben mogen zien en horen, zoals de indri en de sifaka’s, zijn bijna uitgestorven in het wild. Er leven er nog maar een paar honderd tot een paar duizend van. Dit heeft te maken met het bedroevende onderwijs dat gegeven wordt. Toch lijkt er steeds meer aandacht gegeven te worden aan duurzaamheid. Zo zien we dat een nieuwe belangrijke energiebron wordt gebruikt: de zon. Hutjes van modder en klei worden op het dak versierd met een zonnepaneel, vaak gesponsord door een goed doel of een rijke ‘vasaha’ (blanke, rijke stinkerd). Hierdoor is het omkappen van bomen steeds minder noodzakelijk. Hopelijk kan door middel van kwalitatief goed onderwijs de unieke flora en fauna beschermd worden van het dodelijkste op Aarde: de mens.

Madagskar is een prachtig land. De ervaring is niet te beschrijven en is met niks te vergelijken.  Madagaskar verdient goed onderwijs en goede voorlichting over het behouden van zijn unieke karakter. Dat wij nog een keer terug zullen gaan, is een feit.