New Year’s Resolutions

Bij het denken aan new year’s resolutions hoor ik meteen het geluid van vuurwerk, zie ik het aanzicht van een kerstboom en voel ik een rilling van kou. Toch heb ik het niet over mijn voornemens die ik met oud & nieuw voor mijzelf heb opgesteld om vaker naar de sportschool te gaan en gezonder te gaan eten. Mijn new year’s resolutions gaan over mijn voornemens aankomend schooljaar om er een te gek schooljaar van te maken.

  1. Complimenten geven

Laat ik eerlijk zijn, complimenten geven doe ik geregeld. In het speciaal onderwijs is dat misschien nog belangrijker dan op een reguliere school. Wellicht is het voor te stellen dat kinderen met gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen wat extra vragen om een “nee”, “dit mag niet”  of “dit gedrag wil ik niet zien”. Corrigeren mag en kan zelfs noodzakelijk zijn. Om het gewenste gedrag te bereiken is echter een positieve relatie nodig tussen de leerkracht en de leerling, die ontstaat als tegenover één correctie minimaal vier positieve benoemingen staan. Daarbij wordt in acht genomen dat complimenten gericht worden gegeven. “Goed gedaan” is nauwelijks een complimenten als het kind niet direct te horen krijgt wat er dan exact goed gedaan is. Daarnaast is complimenten geven op een schoolse taak maar een onderdeel van de complimenten die gegeven gaan worden. Een leerling die zijn haar ’s ochtends heeft geborsteld, zelf heeft nagedacht over een onderwerp waar we het eerder over hadden of een goede samenwerking zien vraagt ook om specifieke complimenten. Het is geweldig om kinderen te zien stralen en groeien van complimenten. Na mijn onderzoek afgelopen jaar over positieve feedback ben ik hier bewust mee gaan werken en het is een prachtig voornemen mijn kennis en praktijk hierin uit te breiden.

  1. Methodegericht leren en ontdekkend leren

Voor het eerst een groep 3! Sinds ik aan het werk ben als leerkracht heb ik les mogen geven aan de kleutergroep. Nu moet ik zeggen dat ik extra geluk heb dit jaar. Ik krijg niet alleen een nieuwe leeftijdsgroep, ik mag ook nog eens mijn eigen groep tweeërs meenemen, waardoor ik minder tijd hoef te investeren in achtergronden van de leerlingen. Ik ken de leerlingen immers al. En zij mij. Als klap op de vuurpijl mag ik aan de slag met de nieuwste versie van Veilig Leren Lezen, zojuist aangeschaft door de school. Oprecht kijk ik uit naar de middagcursus die ik mag volgen om de methode op de juiste wijze te gebruiken en de leerlingen de kunst van het leren lezen aan te leren. Toch ben ik langzaam aan ook fan geworden van het kleuterleren. Het ontdekkend leren. Menig theorie beaamt het ontdekkend leren, vanuit de nieuwsgierigheid van de leerling. En ook al laat de Nederlandse overheid het met het resultaatgericht leren en de kleutertoetsen niet altijd toe (sommige kleuters zijn simpelweg niet toe aan het schoolse leren), is doelgericht ontdekkend leren buitengewoon goed mogelijk en bovenal leuk. Voor mij een mooie gelegenheid om naast de methode ook te gaan zoeken naar manieren om leerlingen al ontdekkend te laten leren. Ook in groep 3.

ICT 3

  1. Genoeg is genoeg

Afgelopen weekend maakte ik een lijstje met taken, activiteiten en belangrijke zaken voor aankomend schooljaar. De lijst is lang. Lang, maar leuk. Nu weet iedereen die mij kent dat ik snel veel hooi op mijn vork neem. Ik doe graag veel en ik doe het graag goed. Hierdoor kom ik nog wel eens in de problemen. Honderd dingen tegelijk doen naast de alledaagse rompslomp van een cluster 4 klas draaiende houden, zorgt wel eens voor slapeloze nachten, avonden doorwerken en een uur voor werktijd al op school aan het werk zijn. Kleine details, waar ik gelukkig thuis steeds beter afstand van leer te nemen. Mijn eigen sociale leven krijgt bewust door de weeks meer tijd, om een gezonde afstand van mijn werk te nemen en werk en privé in een gezonde balans te houden. Om die reden de aankomende weken alweer aardig wat leuke dingen gepland om mijn sociale leven op en top te houden en mij niet te laten overrulen door mijn bezigheden van het werk, hoe prachtig ik mijn werk ook vind.

En dat is wel iets dat ik moet opbiechten. Mijn baan vind ik ook gewoon ontzettend leuk. Ik hou van mijn werk. Dus ik besteed ook mijn vrije tijd graag aan werkzaamheden. Of mijn derde voornemen ook echt betekent dat ik minder met mijn werk bezig zal zijn, kan ik niet beloven. Maar dat ik ook in mijn privé leven complimenten probeer uit te delen en mijn nieuwsgierigheid wil volgen, dat zijn simpele feiten. Laat schooljaar 2016-2017 maar beginnen!

Becoming ZEN: From Historic Route 66 to Newly Engaged

“Vlieg je al van vrijdag- op zaterdagnacht?”  Het was een veelgestelde vraag de laatste dagen van het schooljaar. Op vrijdag de laatste werkdag om vervolgens ’s nachts direct te vliegen. Veel collega’s in het onderwijs schieten dan in de weerstand; eerst even bijkomen, rustig het schooljaar van je afzetten en thuis het ‘op vakantie gaan’  rustig voorbereiden. Dit zijn echter drie zaken die mij minder liggen.

Laat ik eerlijk wezen, het was weer een heftig schooljaar. Dus natuurlijk zet ik niet alles in een dag (een week, een jaar) van mij af. Even bijkomen ken ik nauwelijks. Ik doe graag hazenslaapjes, maar bijkomen in de zin van dagenlang bijkomen van een schooljaar, deprimeert me. Ik zet dingen namelijk niet zo makkelijk van mij af. Nu heb ik daar het afgelopen jaar wel een ontwikkeling in doorgemaakt, maar ik ken mijzelf ook een beetje. Thuis bankhangen aan het begin van de vakantie betekent voor mij een staartje van het schooljaar. En laat ik nou juist dat schooljaar achter me willen (en moeten!) laten. Dat terugkijken en reflecteren blijf ik toch wel doen.

Als het gaat om het rustig voorbereiden van de vakantie: dat kan ik zeker niet. Al maandenlang staat de rondreis door Amerika op de planning. Lonely planets zijn aangeschaft en mijn Capitool reisgids van Californië staat al jarenlang in mijn kast te pronken om in de praktijk te gebruiken. In maart waren de tickets al geboekt, in april de route in zijn volledigheid uitgestippeld en de eerste airbnb’s geboekt. Toch blijkt dat ik het beste werk onder druk. De laatste week voor vertrek nog even de laatste hotelletjes geboekt.

En dan is het vrijdag- op zaterdagnacht en gaat de wekker. Het is zo ver. De lonely planet van Chicago in mijn handbagage, Route 66 en Southwest USA samen met Capitool Californië in mijn splinternieuwe backpack, die een mooie 10kg weegt. Het moment waarop ik zen word, is aangebroken.

Chicago, the Windy City, Illinois! Een prachtige stad die ik iedereen zou willen aanbevelen om naar toe te gaan. Wel eens in Berlijn geweest? Chicago was wat mij betreft Tripple Berlin. Een geweldig uitgaansleven, uitgebreide cultuur, een zakendistrict waar je u tegen zegt en geweldigde stadsparken. Met een brede lach op onze gezichten hebben wij genoten van (een deel van) wat Chicago te bieden heeft. Wij komen terug!

Daarna verlieten wij de drukte van de stad, waardoor mijn zen-gehalte werd bevorderd. In onze Ford Focus scheurden wij over Historic Route 66 en IS-40 door New Mexico via Albuquerque naar Arizona met Holbrook richting Flagstaff. Dagenlang genieten van alles wat je tegenkomt langs de weg, zoals het Petrified Forest National Park en een meteoor krater. Slapen in een motel zoals je die alleen kent uit films en slapen in een wigwam na deel uit te hebben gemaakt van een ceremonie van indianen. Route 66 plaatsjes als Winslow en Gallup aandoen; het was allemaal onderdeel van onze reis.

Vervolgens de afbuiging richting the Grand Canyon. De Grand Canyon is menigeen wel bekend en velen zijn ons voorgegaan in een bezoek. Toch durf ik te zeggen dat ons bezoek specialer was. Dat zeg ik niet om op te scheppen, ik zeg het omdat het waar is. Want wat is er specialer dan helemaal alleen, zonder (dikke en luide) toeristen op een verschrikkelijk mooi uitkijkpunt ten huwelijk gevraagd te worden? Precies, ons bezoek aan de Grand Canyon was speciaal. Een hoogtepunt uit de reis, die het zen-gehalte tot onbeschrijfbare hoogte deed stijgen. We hebben lang doorgebracht op die ene rots, genietend. The Grand Canyon is grand!

Van dit natuurwonder, die toch als een lichte waas aan je voorbij gaat als je op een mega roze wolk zit, naar het volgende natuurwonder. Dit is een natuurwonder dat je verbeelding te boven gaat. En dat bedoel ik vrij letterlijk. Op de foto is duidelijk waarom. In de afgelopen tienduizenden jaren heeft water het kleisteen centimeter voor centimeter uitgehouwen in de grond. Er is een verbazingwekkend landschap ontstaan, onder de naam Antelope Canyon. En laten wij nou net de Lower Canyons in zijn geweest. Met trappen meters diep de grond in, om te genieten van vormen en tekeningen op de rotswanden, waarbij je verbeelding inderdaad de vrije loop kan gaan. Niet zonder gevaar, met regen is de canyon dicht. Dat moet wel, na een dodelijk incident in de jaren ’90. Een regenbuitje in Flagstaff, zo’n 90km verderop, waarbij het water de canyon bereikte en alles en iedereen beneden wegspoelde (letterlijk, er was weinig van ze terug te vinden door het schurende zand. Slechts één van de twaalf overleefde het en die jongeman was skinned alive). Je begrijpt dat wij erg blij waren met zon en 40 graden Celsius. En wat hebben we met open mond gelopen en genoten van onze uitzichten!

Vegas, baby! Ik moet eerlijk zijn, mijn zen-gehalte had een lichte daling. Met 44 graden the Strip op is eigenlijk geen optie. Nu is een hotel met een rooftop pool en ongeveer vijftig keuzes aan cocktails een prima oplossing om je dag te besteden, om ’s avonds je aan te kleden en toch een poging wagen je hotel uit te stappen en the Strip te bezoek (42 graden is namelijk veel beter te doen dan 44, toch?). Vegas had ik niet willen missen, met name door onze prachtige winst achter een speelautomaat toen we voor 5 dollar gingen gokken en met een ruim vertienvoudigde winst ervandoor gingen. Genieten? Jazeker!

Door naar onze laatste staat: Californië! Even de woestijn uit door het San Bernardino Forest op te zoeken. Big Bear Lake bood ons een fijne 27 graden, zeer welkom na Vegas, en onze eigen cabin in the woods. Big Bear Lake was het moment om tot rust te komen. Een dagje fietsen, een filmpje pakken en op het terras zitten onder de bomen.

Het Joshua Tree National Park was een bijzondere ervaring. Je rijdt uren door dorre woestijn, tot de Joshua Tree verschijnt. En in het park zijn er ineens heel erg veel van deze bomen, die mij een beetje doen denken aan zeewier. De structuur van de stam doet aan als een den en op de toppen lijken het wel cactussen. Een klein bijenavontuur, waarbij ik in de auto bleef maar Timo de held toch even een kijkje ging nemen bij het uitzichtpunt, zorgde achteraf voor veel hilariteit.

Uiteindelijk was het Los Angeles waar wij de reis zouden eindigen. Hollywood met zijn bekende walk of fame en tours langs celebrity huizen kan natuurlijk niet uitblijven, evenals een uitstapje naar de Universal Studio’s (genieten!). Ook een dagje Santa Monica aangedaan. Toch hebben we de meeste tijd doorgebracht op Manhattan Beach. Manhattan Beach ligt ten zuiden van LAX en staat bekend als het strand voor de locals. Dit bleek al uit het volleybal evenement. Beach volleybal is uitgevonden op Manhattan Beach dus jaarlijks is daar een vijfdaags durend evenement waarbij een toernooi gespeeld wordt door de lokale bevolking. En ja, wij waren getuigen. Zand, zon en zee, daar kunnen wij wel wat mee!

De hele reis was ‘zen’ my middle name. Met Johnny Cash en Bryan Adams op de achtergrond de hele vakantie met een grote glimlach verwonderd om mij heen mogen kijken. En afgelopen schooljaar? Dat staat ver van mij af. In fact, ik kijk er enorm naar uit om een nieuw schooljaar te starten. How exciting!

 

P1010533

California 18, San Bernardino Forest

 

 

Huisbezoek, een must of een moetje?

Het huisbezoek, een ontmoeting waarbij de leerkracht op bezoek gaat bij de leerling en de ouder, in plaats van de ouders en de leerling op school vragen voor een gesprek. Een (wat mij betreft terechte en logische) investering die de leerkracht doet voor zijn leerlingen. Een huisbezoek heeft veel redenen, voordelen en goede bedoelingen, maar kan ook nadelen hebben. In de afgelopen jaren heb ik geregeld huisbezoeken afgelegd en ervaring op mogen doen in positieve huisbezoeken en huisbezoeken waar ik mij (in eerste instantie) minder prettig bij voelde.

Het huisbezoek is een bewust middel, dat om meerdere reden ingezet kan worden. Enerzijds is het een middel om tegemoet te komen aan ouders die (veel) moeite moeten doen om op gesprek op school te komen. Denk aan reistijd, een oppas regelen en andere organisatorische zaken. Daarnaast betekent een afspraak op school dat een ouder zich altijd op het terrein van de leerkracht bevindt. Het territorium van een ander dus. Door af te spreken bij de ouder, vindt het gesprek plaats in het territorium van de ouder, een safe haven, waarbij ouders ook nog eens organisatorisch gezien mindere lasten hoeven te ervaren.

Wat ik prachtig vind aan huisbezoeken, is hoe goed ik kinderen en ouders leer te begrijpen als ik de omgeving beter leer kennen. In wat voor woning woont de leerling, is er de mogelijkheid tot buiten spelen en kijk op de mogelijkheid van de leerling om zich ergens terug te trekken. Een leerling die in een (georganiseerde?) chaos thuiskomt, brengt mij begrip als hij zijn gymtas af en toe vergeet. Iets wat ik bij een strak georganiseerd huishouden minder goed zou begrijpen. Schilderijen of foto’s aan de muur, werkjes van kinderen op de koelkast en een rondleiding door de slaapkamer van de leerling, of het ontbreken van bovenstaande, vertelt mij veel over de leerling en de ouders, en helpt mij in de persoonlijke benadering naar beiden. Ik kan mijn onderwijs beter afstemmen op de behoeften van de leerling en de diepgang opzoeken in de oudergesprekken zodra ik weet wat er allemaal speelt in het huis. Het thuis.

Laat ik eerlijk zijn, niet elk bezoek is wat je verwacht. Dit kan zeer positief uitpakken. Een gezin waarbij je je afvraagt hoe het er thuis uitziet, blijkt zeer liefdevol, open en een warm thuis te zijn voor het kind. Er wordt gevraagd of ik blijf eten en na 2,5 uur gezellig kletsen, verwachtingen uitspreken en hulpvragen van ouders en mijzelf te bespreken, is het toch echt tijd om te gaan. Het is mij echter ook een keer gebeurd dat ik een woning binnenkwam en schrok van de ernst van de situatie. En probeer dan maar een goed gesprek te voeren met de ouder(s). En juist dat gesprek is zo ontzettend belangrijk.

Ouders hebben de moeite genomen om jou als buitenstaander toe te laten in hun huis. Ze stellen zich kwetsbaar op door hun deur open te zetten en jou binnen te laten. Nu is het de taak van de leerkracht om de juiste vragen te stellen, het gesprek aan te gaan en de dialoog te zoeken. De eerste keer dat ik schrok tijdens een huisbezoek, heb ik mezelf moeten herpakken. Hierbij had ik in eerste instantie vooral contact met het kind, terwijl ik mijn aangeboden drinken dronk. Daarna merkte ik dat ik graag het gesprek met de moeder van de leerling aan wilde gaan en dit deed ik door simpelweg de vraag te stellen “Wat verwacht jij de komende tijd thuis voor jezelf en voor (naam leerling)?”. Moeder leek wat overrompeld door de vraag, maar kon hier wel antwoord op geven. We raken in gesprek over het gedrag van de leerling, hoe zij de leerling al helpt en wat er thuis nog anders zou kunnen om het kind verder te helpen. We bespraken waar moeder hulp bij nodig had en hoe ik op school aan de slag zou gaan. Daar waar ik schrok en belemmeringen zag aan het begin van het bezoek, ging ik met een gevoel van kansen en mogelijkheden de deur uit. Gelukkig maar, want een huisbezoek zonder goede conversatie, zou kunnen leiden tot onwil van de ouders om leerkrachten toe te laten in huis. Immers, wat is de toegevoegde waarde van een huisbezoek als het het thuisfront niks oplevert?

Ook ik heb te maken gehad met ouders die geen huisbezoek willen. Ook daar valt iets voor te zeggen. Ouders geven aan het een inbreuk op de privacy te vinden, met de gedachtegang dat ouders ook niet bij mij thuis komen kijken. Het lijkt voor hen te voelen als een controlerende taak, in plaats van een optie om een goede samenwerking tot stand te brengen en het kind en de ouder beter te leren kennen. Bij een ouder langsgaan die weerstand heeft, lijkt mij niet van toegevoegde waarde. Het is weliswaar belangrijk om aan te geven waarom langskomen wel nut kan hebben, maar is nutteloos als het ouders alleen maar meer tegen het harnas in jaagt.

De meeste huisbezoeken leveren lachende gezichten op bij ouders en kinderen. Kinderen laten trots zien waar ze het op school zo vaak over hebben, zoals een kleuter van 4 jaar die vol trots zijn poes wat onhandig vastpakt en in het arme dier zijn oortje schreeuwt: “Kijk! Nu zie je eindelijk juf Julia!” Daarnaast duurt een gemiddeld huisbezoek zo’n driekwartier, waarbij wensen en verwachtingen uitgebreid de aandacht krijgen. Kinderen en ouders zijn trots op hun thuis en dat mogen ze aan de juf laten zien. En ik krijg de kans om een nog betere band met beide partijen op te bouwen. Dat is toch geweldig?!

N.B. Op de school waar ik werk, wordt bij voorkeur bij elke leerling elk jaar een huisbezoek afgelegd. Soms gaat de leerkracht alleen, soms gaat de leerkracht samen met de schoolmaatschappelijk werkster, teamleider, hulpverlener of een andere betrokkene naar het huis van de leerling. Het komt ook voor dat er in samenspraak met betrokken partijen geen huisbezoek plaatsvindt.
Inspiratie voor mijn blog kreeg ik van het artikel “Soms kan het heel nuttig zijn, als de juf bij het kind thuis is geweest”, van NRC.nl, gepubliceerd op 14-06-2016.

home is where your cat is

Vlog #1 Over bewegen en hersenactiviteit

Juf Julia goes wild! Omdat voor alles een eerste keer is en je moet meegaan met je tijd, heb ik vandaag mijn eerste vlog opgenomen. Voor de minder bekenden onder ons, een vlog is video weblog. Eigenlijk dus een blog, maar dan op video. Ter afwisseling eigenlijk. Soms schrijf je en soms film je. Leuk, toch?

Maar waar gaat mijn eerste vlog over? Een hot item in onderwijsland, of in ieder geval iets waar we het bij ons op school voor de vakantie over hebben gehad, is de hersenactiviteit van de leerlingen en het verschil in deze activiteit tussen leerlingen die wel of juist niet bewegen. Hoe ik erover denk? Bekijk mijn vlog!

Juf Julia VLOG #1 Over bewegen en hersenactiviteit

Het zwarte gat

Op 31 maart 2016 ben ik geslaagd voor mijn Masteropleiding tot gedragsspecialist in het onderwijs. Een papiertje waar ik al een tijd naar uitkeek. Niet zoals mensen daar naar uitkijken als ze een studie starten, nog vol goede zin en goede moed en klaar om te presteren. Presteren kan ik. Dat weet ik wel. Als 22-jarige kwam ik terecht in het cluster 4 onderwijs, waar ik via een aardig gepresteerde stage de kans heb gekregen een eigen klas te draaien. En daar ga ik vol goede moed en zin voor.

Het is nu ongeveer een jaar geleden dat de knoop werd doorgehakt dat ik langstudeerder zou worden. Langstudeerder, het klonk voor mij als een falen. Hoewel ik enerzijds wekenlang woede en onrecht heb gevoeld, viel er de rest van het schooljaar een last van mijn schouders. Een last die op 1 september 2015 weer terugkwam. Want nu moest ik écht presteren.

Er resteerde mij nog één opdracht: het opzetten, uitvoeren en uitwerken van een onderzoek. Onderzoek wordt veel gedaan bij ons op school, ik ben namelijk niet de enige die een opleiding volgt. Ik besloot mijn onderzoek om die reden te richten op de leerkrachten die werken met jonge leerlingen en niet een heel team te belasten met nog een onderzoek. Het doel van mijn onderzoek is het ongewenste gedrag van onze populatie leerlingen te verminderen, met de nadruk op het handelen van de leerkracht en de effecten daarvan. Het bezorgde mij uiteindelijk mijn diploma.

Eerlijk is eerlijk, pas vijf weken geleden heb ik mijn onderzoek officieel ingeleverd. Maar zoals wel bekend, kan men na een hectische periode (lees: tweeëneenhalf jaar) in een zwart gat vallen. Volgens de algemene relativiteitstheorie is een zwart gat een gebied waaruit niets, zelfs licht niet, kan ontsnappen, vanwege de extreme vervorming van de ruimtetijd door de zwaartekracht van een zeer compacte enorme massa (Bron: Wikipedia). Ik vergelijk mijzelf niet voor niets met iemand die valt in een zwart gat: ik zit vast en ik kan niet ontsnappen. Ik ben klaar met mijn opleiding, een constante ervaring met een doel waardoor ik kan ontsnappen. Eenmaal klaar en doelloos, heb ik werkelijk niks om uit het gat te komen. Een deprimerende gedachte.

Ik zie de gefronste wenkbrauw die ieder die dit leest op zou trekken. “Zoek een hobby” of “Doe eens even lekker niks”. Wie mij een beetje kent weet dat dit laatste zeker niet mogelijk lijkt voor mij. Ik geef toe wel eens lui te zijn in klusjes, zoals de was doen en mijn kasten netjes opruimen, maar niks doen is wel echt heel weinig. Een hobby zoeken is al helemaal niks voor mij, juist omdat ik mijzelf bestempel als ‘snel verveeld’. Denk aan hardlopen. Het is heus wel leuk om elke keer beter, sneller of verder te kunnen hardlopen, maar het is in mijn ogen ongelooflijk saai. Een hobby is in zekere zin een specialisatie waar een bepaalde vorm van doorzettingsvermogen voor nodig is. En juist dat doorzettingsvermogen mis ik, zolang iets een optie is, zoals hardlopen. De gedachte dat ik het ook zou kunnen laten, zorgt ervoor dat ik lekker op de bank blijf zitten. Alhoewel de Damloop 2016 weer zorgt voor een ‘moetje’  maar dat laat ik verder even buiten beschouwing.

Men weet inmiddels wel dat ik een doener ben. Ik onderneem graag. Een dagje vrij betekent een dagje erop uit. Een weekje vrij betekent een stedentrip en zes weken zomervakantie betekent het ontdekken van een voor mij onbekende cultuur, land of streek. Wat ik overigens weer toe kan passen in mijn werk, zoals te lezen in mijn blogs over het uitvoeren van een thema, het volgen van een international summer school en hoe reizen je aanzet tot leren, durven en doen. Fantastische (en dure) hobby met veel afwisseling. Maar naast voorbereidingen en nagenieten weinig wat mij uit een zwart gat zou kunnen helpen. Reizen is leuk, maar altijd (zeer) tijdelijk.

Wat mij wel uit het zwarte gat gaat helpen? Ik weet het nog niet. Ik lees weer boeken waarbij ik de bronvermelding niet hoef te onthouden (lees: er is geen bronvermelding), ik kijk weer eens hele avonden voetbal en in het weekend marathon van series. Zondagochtend bestaat weer uit lekkere ontbijtjes in plaats van met een grote kop koffie achter de laptop en vierkante ogen van het scherm. Natuurlijk heb ik mijn hobby’s: hardlopen, schrijven en gewoon extreem veel socializen. En daarnaast geniet ik van mijn reisjes: afgelopen weekend een stedentrip en komende zomer een roadtrip door de States. Studeren dat doe ik de komende tijd even niet, althans niet op Masterniveau. Wellicht een cursus in het één of ander na de zomer. Wie weet. Voor nu doe ik mijn benen omhoog, katten op schoot, laptop links van me, boekje rechts van me. Kop koffie in de hand én de televisie aan. En tussendoor beantwoord ik even een appje of een mail.  Je weet wel, even genieten van het ‘niks’ doen.

China in de Amsterdamse klas

Een jongen met autisme slaat op tafel. BAM! “Wat is dit moooooi! Het is PRACHTIG! Ik moet ALLES weten!” Hij staat op en komt voor het bord staan. Hij wil geen detail van de foto missen. Goeie start van het nieuwe thema!

P1000845

Een foto met een ‘wauw’ effect: “Het is PRACHTIG”.

 

Als de kinderen ‘s ochtends binnenkomen, krijg ik geen “goedemorgen” te horen. Nee, de kinderen komen nu vrolijk binnen met een “ni hao”, wat hallo betekent in het Chinees. Het is fantastisch om te zien wat kinderen onthouden als je zelf passie en enthousiasme hebt over een bepaald onderwerp. Of in mijn geval, een bepaald land. Een reis naar China is iets om nooit te vergeten. Het land heeft op mij een “wauw” effect gehad. En juist dat wilde ik de leerlingen ook laten ervaren.

China introduceren gaat niet zomaar. Met de leerlingen bekijk ik foto’s van de vakantie en de reacties zijn uiterst komisch. Als ik vraag welk land de kinderen zien, zegt een leerling meteen “China!”  terwijl er ook leerlingen zijn die “Amerika” of “Europa” roepen. Klein verschil maar, het zijn immers allebei landen die niet bepaald om de hoek liggen en het werelddeel Europa is qua grootte vergelijkbaar. Op de foto’s zien de kinderen van alles en ze willen allemaal vertellen wat ze zien. Zelfs de jongste leerlingen, ik durf wel te zeggen peuterleeftijd, vertellen welke dingen zij zien die anders zijn dan in Nederland of die ze alleen kennen van televisie. De tempels zijn favoriet bij de leerlingen. “De vormen zijn mooi en de kleuren zijn wauw!”  zegt een leerling. Als ik ze wijs op de leeuwen die de tempels beschermen, zijn ze helemaal verkocht aan de tempels.

Na een aantal foto’s van tempels, de verboden stad en Beijing, komt er een foto van de Chinese muur. En ik sta er ook op. De jongste leerling kijkt van het bord naar mij en weer naar het bord en begint te wijzen. “Dat is jouw tas…!”  roept hij verwonderd uit. En inderdaad, mijn tas staat ook op de foto. Een reactie van de medeleerling is dan ook: “Duh, dat is toch ook de juf”. De kinderen zitten vol vragen. Of ik wel echt in China ben geweest, of ik ninja’s ben tegengekomen (belangrijke vraag), of ik met stokjes heb gegeten en of ik Chinees spreek. Ook hier komt een komische reactie: “Juf vraagt toch wel vaker aan ons of ze soms Chinees spreekt…”.
Ik vertel de kinderen dat Chinees spreken heel moeilijk is, maar dat Chinees schrijven misschien wel nog lastiger is. We bekijken foto’s met Chinese karakters en als ik vertel dat wij ook Chinese karakters gaan leren ‘lezen en schrijven’ begint de klas te juichen. We kijken naar Chinese lantaarns, de pandaberen zorgen voor een ‘ahhhw’  effect en het Karstgebergte zorgt voor een kleine ‘wow’. Een kleine, want de reactie van de jongen op het zien van rijstvelden, is wat mij betreft de beste reactie die je als leerkracht kan krijgen.

20160211_142218

Letters schrijven vinden wij nog moeilijk, maar Chinese karakters lukken al aardig!

 

De kinderen blijven gefascineerd door de Chinese muur. In groepjes van drie krijgen ze de gelegenheid om de Chinese muur na te bouwen. Een groepje met duplo, een groepje met houten blokken en een groepje met kleine houten blokjes. Hoewel het samenwerken nog geoefend moet worden, heeft het de leerlingen wel geïnspireerd: de weken die volgen wordt van elk bouwmateriaal een Chinese muur gebouwd.

Draken doen het ook goed bij de leerlingen. Draken worden gebouwd met blokken, geknutseld van papier en zelfs op de kralenplank komt een Chinese draak tevoorschijn. Omdat het thema tegelijk met Chinees Nieuwjaar valt, hebben we ook het verhaal van Nian gelezen en nabesproken, het monster dat wordt weggejaagd door de kleur rood en harde geluiden. Ook zijn er waaiers geknutseld, die ook nog eens van pas kwamen tijdens een optreden voor de ouders. De kinderen besloten zelf een liedje over een Chinees te willen zingen op het podium. De leerlingen stonden er zelfs op dat er niet alleen gezongen, maar ook gedanst moest worden op dit lied. Het was een succes!

Als klap op de vuurpijl hebben de kinderen Chinees gegeten. Nasi en bami stonden op het menu en de kinderen mochten van allebei proeven. Maar niet zomaar natuurlijk. Chinees eten doe je niet met mes en vork, nee, dat doen wij met stokjes! Het is ontzettend leuk om te zien hoe graag kinderen dit willen proberen en het is nog veel knapper om te zien dat sommige leerlingen al snel door hebben hoe het eten met stokjes moet. Ik durf te zeggen dat het een echt eetfestijn was!

China is een land waar ik van ben gaan houden, na er in de zomer van 2015 een zomervakantie te hebben doorgebracht. Om mijn enthousiasme te kunnen delen met de leerlingen is leuk, maar het wordt pas echt waardevol als de kinderen het ook leuk vinden. En niks bleek minder waar. De kinderen waren enthousiast, stelden vanuit hun eigen interesse de leukste vragen en kwamen met de leukste China gerelateerde ideeën. We hebben met de hele groep zes weken lang genoten van China!

P1000211

2015, een jaaroverzicht

 

Het jaar 2015 was een jaar bordevol activiteiten. Ik durf te zeggen dat 2015 wel mijn jaar was, zowel met mijn cluster 4 kleuters als alle onderwijsgerelateerde momenten eromheen. Toegegeven, de studie moet nog afgerond worden. Maar ja, wat wil je als je ervoor kiest om zoveel andere dingen te doen, daar waar je passie echt ligt? 🙂

Vergeet niet af en toe op een afbeelding te klikken voor enige toelichting!

Januari/Februari

Februari/maart

Maart

April

goed

Met behulp van groep 4/5 een moestuintje aanleggen!

 

Mei

20150316_132050

Altijd leuk, jezelf terug vinden op de complimentenboom! Met dank aan een oud-leerling.

Juni

water

Ontdekken en spelen in water. Heerlijk afkoelen in het kinderbadje zo vlak voor de zomervakantie!

 

Juli

P1000211.JPG

Even vakantie vieren =)

 

Augustus

September

Oktober

   November/December

En natuurlijk is er nog veel meer! Sint Maarten, Kerst, voorstellingen en voorleesmomenten, tellen, letters zoeken en andere dagelijkse dingen die niet in afbeeldingen uit te drukken zijn of die ik gewoon niet heb vastgelegd, omdat het soms ook goed is om dat lekker te laten. Het was een super goed jaar, op naar 2016!

Kids talk

Kinderen kunnen, zeker op jonge leeftijd, met de meest bijzondere uitspraken komen.  Misschien is dat wel het leukste van mijn werk. Kinderen kunnen bewust en onbewust grappige en gevatte opmerkingen maken, nieuw aangeleerde woorden verkeerd gebruiken of in alle onschuld een wondervraag stellen.

Het komt ook voor dat kinderen gemeen zijn tegen elkaar. Soms doelbewust, dan is het vervelend. Soms onbewust, maar wel eerlijk. Denk maar eens aan “Wat heb jij nou weer aan?!”. Dit kreeg ik van een leerling te horen toen ik een shirt aan had met een afdruk van een kopje thee. “Uh, een T-shirt?” antwoordde ik wat onzeker. Het kind rolde met zijn ogen en mompelde in alle oprecht “Wie heeft er nou thee op zijn T-shirt.”

Als kinderen zich prettig voelen in de klas, gaan zij uitspraken van thuis delen. Ze voelen zich schijnbaar ‘thuis’ bij je en gaan bijvoorbeeld schelden. Onbewust. Eén van mijn favoriete uitspraken is “Verdomme, ik haat het als de juf gelijk heeft.” Er wordt in alle onschuld gescholden op een moment waarvan hij denkt dat het een juiste manier van uiten is. Daarnaast is het eerlijk, want hij baalt ervan dat ik gelijk heb. Wat dan stiekem weer een verkapt compliment is voor mij natuurlijk. Deze zelfde jongens scheldt ook graag met “Oh, shit!”, vooral als hij een klein foutje maakt of iets vergeten is.

Daarnaast zijn er kinderen met taalproblemen. Ik geef graag complimenten, dit is natuurlijk hartstikke belangrijk. Dit doe ik ook vaak door kinderen bijvoorbeeld ‘kanjer’ te noemen. Denk aan “Wauw, kanjer, wat heb jij netjes binnen de lijntjes gekleurd!” Dit begrijpt hij niet, dus hij corrigeert me. Hij schudt zijn hoofd en zegt “Nee, ik ben (naam)”.

Taalfouten komen ook vaak voor. Verkeerde vervoegingen, accenten of woorden die helemaal niet bestaan; je hoort soms de gekste dingen. “Ik jokte niet, ik liegde.” Heel overtuigend. “Ik wil graag met mijn kont betalen”, nadat de leerlingen hebben geleerd dat zij met pin of contant kunnen betalen in de supermarkt achterin de klas. Ook de telrij blijkt soms lastig: “Een twee drie vier vijf seks…”, het is ook niet makkelijk. Aan de andere kant worden nieuwe woorden als stethoscoop, ruimtestation en vluchteling wel onthouden door de leerlingen. Mooi vind ik dat, dat kinderen in zekere zin zelf bepalen welke woorden ze opslaan. Bewust of onbewust.

Ja, uitspraken van kinderen zijn fantastisch leuk. Ben je benieuwd naar meer uitspraken? Surf dan even naar juliabakkes.com/quotes.
Screenshot_2015-11-23-19-53-53.png

Het Lerarencongres

12122403_1060724653952253_7866366725873462562_nHet is half 7 als de wekker gaat. Zonder enige moeite druk ik op de uit-knop. Ik ben uiteraard al een tijdje wakker. Ik slaak een diepe zucht om de kriebels te onderdrukken. Vandaag is het namelijk zo ver: Ik mag mijn eerste lezing geven! En wel op het Lerarencongres 2015 in Den Bosch

Met mijn trolley aan de ene hand en de autosleutels van mijn moeder in de andere, loop ik naar de auto toe. “Welkom bij de lezing ‘Je bent zelf gek!’ over mijn eerste jaar in het cluster 4 onderwijs”, mompel ik op weg naar de auto, al startend  en onderweg, tussen het gescheld door bij elke file die ik in blijf rijden. Uiteraard kan ik ook niet precies vinden waar ik moet wezen, dus licht bezweet kom ik ter plaatse aan. Ik haal mijn sprekersbadge (lees: keycord) en ga naar de festivaltent. De aankleding is goed, sfeervol. Veel lichtjes en vrolijke geluiden. Het festivaleffect is wat mij betreft gelukt.

Rond 10.00 uur ga ik naar de opening van het congres. Vooral de column van Arjen Miedema spreekt mij aan. Na afloop, struin ik het terrein af op zoek naar het lokaal waar ik straks mijn eigen lezing mag geven.

Het is na de lunch als ik het lokaal in mag en de laatste voorbereidingen tref. De goodiebags liggen klaar en de presentatie staat op groot scherm. Langzaam aan druppelt er wat publiek binnen. Echt druk is het nog niet. Op de gang is het wel druk. Een paar minuten na de starttijd besluit ik toch echt te beginnen en last-minute komt er nog een groepje jonge leerkrachten aanhaken. Mijn verhaal kan nu echt beginnen!

Ik vertel over de definitie van de startende leerkracht, waarbij ik een kritische blik heb op de inhoud hiervan. Daarna vertel ik over mijn persoonlijke ervaringen in het cluster 4. Niet zomaar ervaringen, maar ervaringen die mij persoonlijk hebben geraakt als startende leerkracht in dit type onderwijs. Ik kan de link leggen naar coaching in de groep. Immers, bij wie kan je beter je ei kwijt en met wie kan je beter sparren over situaties dan met een coach die op gelijkwaardig niveau met je meedenkt?

Na mijn presentatie komen er verhalen, vragen en ervaringen vanuit het publiek. Een man die werkzaam is in het MBO geeft aan dat er bij hem op school onderscheid wordt gemaakt tussen een teamleider en een coach en vraagt hierover naar mijn mening. Een vrouw vertelt over de coaching (of eigenlijk niet) die ontoereikend is. Er komen positieve geluiden uit het publiek waarbij ook de interactie met elkaar aangegaan wordt. Dát zijn de leerzame momenten tijdens een lezing. En ik vind het dan ook oprecht jammer om na veertig minuten de sessie te moeten beëindigen.

Zoals ik mijn lezing eindigde, zal ik deze blog ook eindigen: “Ik hoop met deze lezing inspiratie en ideeën mee te geven over coaching op school. En meer dan dat. Ik hoop vooral dat men in onderwijsland gaat inzien wat het belang is van coaching en hoe het ingezet zou moeten worden.” Het is in de auto op weg terug naar huis dat ik daar voor mijzelf aan toevoeg: ik hoop bij een aantal mensen het zaadje te hebben geplant waaruit coaching groot mag groeien en bloeien

Bilflappen en de georganiseerde chaos

Het is de eerste maandag na de vakantie en de leerlingen druppelen de klas in. Het is rustig, het doet me denken aan het enige moment in China dat ik wél mensen om mij heen had, maar geen drukte voelde: een ontbijt om 6 uur ’s ochtends, kort voor ons uitstapje richting het Terracotta leger. Zoals ik toen alleen de stokjes hoorde, hoor ik nu het gekras van potloden op papier.

Een doorsnee metro ritje

Een doorsnee metro ritje

Ik merk dat ik sinds mijn reis naar China ongelooflijk veel associaties maak. Zo was er een moment in de klas dat ik als ‘onrustig’ ervoer. Onrustig ja, want druk kan ik het niet eens noemen. Er werd gewoon gezellig gespeeld. Juist door die gedachtegang, dacht ik aan het drukke Beijing. De drukte in de metro, de stilstaande, stinkende auto’s, het onophoudende getoeter, de botsing met een andere taxi omdat verkeersregels niet lijken te gelden (met als gevolg een politieagent die ter plaatse komt en ter plekke besluit welke chauffeur er moet dokken en hoeveel). Ik lach om de herinnering. Een spelende leerling ziet het en vraagt waarom ik lach. Ik leg uit dat ik moet denken aan mijn vakantie, waar het heel druk was. En dat ik het daarom hier eigenlijk niet zo druk vind, ook al vind ik het juist ook weer wel druk. “Oh”, reageert de jongen, die duidelijk niet precies weet hoe hij moet reageren. Hij gaat weer verder spelen.

De bilflap...

De bilflap…

Het is later in de week als een jongen in zijn broek plast. Hij gaat net op tijd naar de WC, maar het licht is uit en hij kan niet bij het lichtknopje. Terwijl ik naar de toiletten ren om het licht aan te doen, zie ik dat het jochie het al heeft laten lopen. Weer gaan mijn gedachten naar China, en de uitkomst van de zogenaamde bilflap. Kinderen die niet zindelijk zijn hebben een broek aan zonder naad. Er zit van voor naar achter een gat in de broek. Een baby plast (en poept) dus in de buggy of bij zijn ouder op de arm en de kinderen die al kunnen lopen doen hun behoeften op straat. De plas laten de ouders liggen, poep wordt opgeruimd met een zakje, zoals wij dat kennen van de hondenpoep. Doen ouders dit niet, dan is er altijd wel een gemeentelijke schoonmaker in de buurt die de straten tracht schoon te houden.

Kleuters: een georganiseerde chaos.

Want georganiseerd zijn de Chinezen wel. Net zoals ik hou van structuur in mijn klas, regelen de Chinezen dit op hun eigen wijze op straat. De berm van de snelweg wordt gesnoeid door oudere vrouwtjes op fietsen, zodat de snelweg niet begroeid raakt. Iedereen op de snelweg houdt ook rekening met tegenliggende fietsers. Bij elk toeristisch punt wordt het paspoort gescand zodat iedereen weer weet waar ik mij eigenlijk bevind. Overal zijn schoonmakers om de boel een beetje netjes te houden. Alles en iedereen moet door veiligheidspoortjes bij elke metrohalte in elke Chinese stad met metrolijnen. En als er geen duidelijke exit staat aangegeven, waardoor je je genoodzaakt voelt over de poortjes van de ingang te springen, staan er drie Chinese beveiligers om je heen te schreeuwen en te schelden en ben je blij dat je er een uur later samen om kan lachen.  Een georganiseerde chaos, zoals ik het in mijn kleuterklas ook wel eens omschrijf. Een circuitje doen met de kinderen, waarbij de kinderen in tweetallen om beurten met de klei, lego of duplo mogen, doet een beetje denken aan georganiseerd spelen. En dat is het ook wel. Het stoplicht is eerst rood, dan oranje en dan groen en er wordt gespeeld, genoten en geluid gemaakt, maar wel onder mijn voorwaarden en regels. Bijna een soort China in het klein dus. Maar dan anders.

Eerlijk is eerlijk, de eerste schoolweek zit er op en ik heb met volle teugen weer gelachen en genoten met de kinderen. En die associaties met China zullen in de loop der tijd wel minder worden. Want eigenlijk lijkt het voor geen meter op elkaar.

Xi'an, 12 juli 2015

Xi’an, 12 juli 2015