“Juf, mag ik een compliment geven?”

Het is tijd om naar zwemles te gaan, als er een stille vinger de lucht in gaat. Hoewel het eigenlijk geen moment is voor vingers en de klas wat onrustig is, vraag ik aan deze jongen, A, om op een zachte manier zijn vraag te stellen. Hij fluistert: “Juf, mag ik S een compliment geven?”

Complimenten geven, dat is misschien wel de factor voor veel mensen om gelukkig te zijn. Complimenten krijgen geeft een goed gevoel over jezelf. Waardering is misschien wel het belangrijkste dat er is en complimenten zijn een actie die hier bij hoort. Complimenten geven, heeft op mij precies hetzelfde, positieve effect. En dat geldt inmiddels niet meer alleen voor mij.

Sinds ik voor de klas sta, doe ik geregeld letterlijk de uitspraak “ik geef je een compliment!”. Op deze uitspraak volgt dan waar het compliment voor is, voor het effect van de positieve feedback die je de leerling op dat moment geeft. Van complimenten groeien kinderen. Letterlijk. Je ziet kinderen ineens recht(er)op gaan zitten aan tafel als ze een compliment krijgen. Of kinderen tillen hun kin op, waardoor ze groter lijken. Het zelfvertrouwen groeit met het kind. Een stukje negatief zelfbeeld, wat veel voorkomt in het cluster 4 onderwijs, wordt weggenomen. Daarnaast is het ook een succesmoment voor mij als leerkracht. Immers, als ik een compliment uitdeel aan een kind, wordt er een stukje positiviteit in de groep gegooid. Elk compliment dat ik kan geven, voelt indirect als een compliment voor mij. Het geeft mij een trots gevoel om complimenten te geven aan mijn lieve, gedragsmatig moeilijke leerlingen. En de kleine successen mogen groot gevierd worden. Als een leerling met ODD tijdens een opstandige bui zichzelf rustig weet te krijgen en daar een compliment voor kan accepteren, is er een succes dat gevierd mag worden. Een overwinning. Meer complimenten dus.

Om het negatieve beeld van kinderen te verminderen, werk ik ook met de ouderwetse gekleurde bolletjes in een doorzichtige pot. Een pot waar op staat ‘Bedankt voor het afgelopen schooljaar! Liefs van K.’ Het wekt meteen een positief gevoel op bij mij en de leerlignen. Het gedrag van de kinderen wordt elke week individueel geëvalueerd. Vindt de leerling dat hij een goede week heeft gehad, wordt er een groene bol in de glazen pot gedaan. Zijn er leerlingen die denken dat ze goed hebben geoefend, maar dat ze nog beter kunnen, doen ze een gele bol in de pot. Rode bollen? Die hebben we niet. Want in onze groep gaan wij ervan uit dat elk kind oefent met zijn gedrag, ook als het moeilijk is en nog niet lukt.

Een tikkeltje verbaasd, maar met een onwaarschijnlijk grote glimlach, vertel ik A dat hij zeker een compliment mag uitdelen. Terwijl ik dat zeg, valt er een stilte in de klas. Ze lijken allemaal te willen horen wat A gaat zeggen en kijken nieuwsgierig zijn kant op. “S, wat heb jij een mooie jas, zeg!” zegt hij met een luide en duidelijke, doch zeer vriendelijke stem tegen zijn klasgenoot die aan de andere kant van het lokaal zit. De jongens kijken elkaar aan, glimlachen terwijl ze in elkaars ogen kijken en ik voel de vriendschap. Er gaat een duim de lucht in. Van S. “Top hoor, dank je,” zegt hij giechelend.

Sindsdien is complimenten geven een hot item in de groep. We oefenen het als iemand nieuwe schoenen of een nieuw kapsel heeft. Maar ook als iemand heeft geoefend met zijn gedragsdoel of een moeilijke som weet op te lossen. Zoals ik dan zeg in mijn groep: “Complimenten voor dit lieve compliment!”

 

dsc_0036

“Juf, vergeet u de bolletjespot niet?!” – willekeurige leerling op een willekeurige vrijdagmiddag.

 

 

 

 

Advertenties

Feeding gedrag – Feedback en Feedforward

We kennen het allemaal wel, feedback krijgen. Toch blijkt dat feedback niet altijd gericht genoeg en juist geformuleerd gegeven wordt, wat nadelige gevolgen kan hebben. Denk aan een negatief zelfbeeld, het gevoel het niet te kunnen. Afgelopen maart ben ik afgestudeerd als Master Special Educational Needs, waarbij ik onderzoek heb gedaan naar het geven van feedback op gedrag als interventie bij jonge cluster 4 leerlingen.

Gedrag kan aangeleerd worden, maar dit gaat niet zomaar. Naar mijn mening moet gedrag aangeleerd worden zoals een leerling ook leert lezen en rekenen: stap voor stap. Herhaling is de sleutel tot succes. Het doel? Simpel. Duurzaam vaardigheden aanleren.  Zoals ik omschrijf in mijn scriptie: “Duurzaamheid van de verandering is het daadwerkelijke leerresultaat. Het kind heeft immers op school in groep zeven geleerd hoe het een taart eerlijk kan verdelen, maar laat het leerresultaat pas zien als het op zijn achttiende verjaardag en op zijn vijftigste verjaardag nog steeds weet hoe hij dit moet doen. Dit geldt ook voor gedrag: als het kind op meerdere momenten in vergelijkbare situaties het geleerde toe kan passen, dan is het gewenste leerresultaat behaald.”

De vraag is dus eigenlijk hoe gedrag aangeleerd moet worden. En hierbij kan weer gedacht worden aan een simpele rekenles. Je biedt aan hoe een vraagstuk opgelost kan worden en geeft kinderen meerdere gelegenheden om nieuwe vaardigheden te oefenen. Lukt het niet, dan wordt de oplossing op een andere manier aangeboden, om te kijken of het de leerling dan wel lukt. Maar wat zeg en doe je als leerkracht om nieuwe vaardigheden aan te leren?

Het proces van feedback en feedforward geven aan leerlingen. Momenten hiervoor zijn tijdens de voorbereidingen, uitvoering en tijdens de evaluatie van het leerproces. Gedrag kan je dus aanleren door verwachtingen te scheppen, aandachtspunten aan te wijzen tijdens het proces en na afloop. Zeer belangrijk is het hoe. Want hoe geef je goede feedback aan leerlingen? Daarbij in acht genomen dat ten opzichte van één correctie naar de leerling, minstens drie gerichte complimenten moeten staan.

Een paar belangrijke begrippen: oplossingsgericht werken, positieve gespreksvoering en gerichte feedback. “Goed zo” is niet voldoende om door te gaan voor feedback. Immers, wat heeft een kind dan goed gedaan? Zit het goed op zijn stoel? Werkt de leerling netjes in zijn schrift? Heeft de leerling geluisterd naar je? De feedback is niet specifiek. “Wauw, wat zit je netjes op je stoel, A! het stoplicht is oranje dus je mag alleen met je buurman overleggen. Zet ‘m op, je kan het.” Dát is oplossingsgerichte, positief geformuleerde feedforward op gewenst gedrag. En het werkt.

Mijn doel gedurende het onderzoek was als volgt: leerkrachten vaardiger maken in de omgang met gedragsproblematiek. En de interventie om op een goede manier feedback (eigenlijk beter te noemen als feedforward!) te leren geven aan leerlingen, zorgt voor grote vooruitgang op kleine momenten gedurende de hele schooldag. Vandaar even deze korte motivator om na de herfstvakantie allemaal weer bewust positieve feedback te gaan geven. Doen dus!

loesje-school

De weg naar integraal onderwijs: do or don’t?

De definitie van integraal is ‘allesomvattend’. Ofwel, het ontbreekt aan niets. Integraal onderwijs zou dus eigenlijk gedefinieerd kunnen worden als onderwijs in alles. Veel leerkrachten zullen direct aangeven dat er in veel wordt onderwezen, maar zeker niet in alles. Immers, waar haal je de tijd vandaan? Er moeten reken- en taallessen gegeven worden, voor een minimaal aantal uur per week en de kennis van de leerlingen moet worden getoetst. Onderwijs in rekenen en taal is er dus, kwaliteit van dit onderwijs dan even buiten beschouwing gelaten. Maar waar is dan de rest? Waar is de alledaagse les van zelfontplooiing? Het leven ervaren? Een kind zich laten ontwikkelen naar eigen interesse en interne motivatie? Want laten we eerlijk wezen, een diploma is natuurlijk hét voorbeeld van externe motivatie. En laat integraal onderwijs daar nou juist op tegen zijn.

In India is de onderwijsvernieuwing omtrent integraal onderwijs in volle gang. Hier spreken zij over een onderwijsconcept dat aandacht schenkt aan niet alleen het vergaren van kennis en vaardigheden die leiden tot een diploma. Nee, het gaat juist om de fysieke, mentale, sociaal-emotionele en spirituele aspecten van de mens die tot ontwikkeling moeten komen. Want dat leidt tot interne motivatie, waardoor kennis en talent naar buiten komt bij elk individu. Kort gezegd: Als een mens de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen, zal hij vanuit eigen interesse kennis vergaren en vaardigheden aan (willen) leren.

Verandering ben jij. Dit betekent dat de rol van de leerkracht in integraal onderwijs zich vooral uit in het voordoen. De leraar moet het levende voorbeeld zijn in persoonlijke ontwikkeling en vooruitgang willen boeken. Daarnaast is het natuurlijk aan de leerkracht om kinderen als individu te benaderen en te voorzien in hun persoonlijke behoefte aan het aanleren van vaardigheden en het aanbieden van kennis.

In Auroville in India wordt de gemeenschap gebruikt als leerschool. Kinderen gaan naar school in een zogenaamde Base Camp en trekken de maatschappij in voor lessen, ook wel workshops. Dit kan zijn in de bakkerij of in een theater. Kinderen hebben hier niet alleen integraal onderwijs, maar doen eigenlijk aan integraal opgroeien in de eigen gemeenschap. Zoals ik in Praag heb geleerd: een kind maak je niet klaar om te leven in de toekomst, het kind leeft nu al. En dit vind ik daar een prachtig voorbeeld van.

20160925_105544-1

Lonely Planet “India”, 2015

 

Integraal onderwijs is naar mijn inzicht een prachtige vorm van onderwijs. Met name omdat het kind centraal staat. In Nederland vind ik dat toetsen en opbrengstgericht werken centraler staan dan het individu. Om het zo te zeggen, een goede opbrengst is wat de Nederlandse maatschappij van de kinderen vraagt, dus het is onze taak als onderwijzer om kinderen dat diploma te bezorgen aan het eind van zijn schoolcarrière. Het doet mij denken aan mijn middelbare schooltijd. Ik werd na twee jaar havo/vwo naar de havo gestuurd, met het idee dat ik dat diploma dan zeker zou halen en met een mooie cijferlijst, terwijl ik als ik naar het vwo zou gaan wellicht een jaar extra zou moeten doen of dat diploma niet zou behalen. Een typisch voorbeeld van opbrengsten zijn belangrijker dan het individu. Bij mij werkte het wat averechts: ik heb uiteindelijk geen spetterende eindlijst gehaald op de havo omdat ik de uitdaging miste en mijn persoonlijke interesses niet meer lagen in het volgen van het onderwijs. Laat ik duidelijk zijn,  ik heb een fantastische tijd gehad op de middelbare school en niks gemist. Juist vanuit mijn eigen interesses die later ontstonden ben ik een Masteropleiding gaan volgen, waardoor ik vanuit interne factoren alle externe factoren behaald die ik wilde halen. Het is wel frustrerend dat deze keuzes voor een leerling gemaakt worden, in plaats van met een leerling. Maar dat is mijn persoonlijke ervaring van het Nederlandse middelbare schoolsysteem zoals dat werd toegepast in 2005.

afbeelding-150

Diploma-uitreiking, 2008

 

Begrijp mij niet verkeerd, opbrengsten zijn belangrijk om te kijken wat een kind kan. En met name alles uit een kind halen wat er in zit (denk aan vaardigheden, kennis en sociale ontwikkeling), vind ik zeer belangrijk.  Maar missen wij niet het stukje persoonlijke ontwikkeling? Talentontwikkeling? Interne motivatie? Zit Nederland niet teveel op diploma’s, in plaats van zelfontplooiing? En welke aspecten van integraal onderwijs, zoals in India nu toegepast worden, zouden in Nederland van toegevoegde waarde kunnen zijn?

Woensdag 28 oktober ga ik deze vragen voorleggen in theater de Meervaart te Amsterdam aan onderwijsgerelateerde bezoekers tijdens een onderwijscafé. Want wat vindt onderwijsland eigenlijk van dit onderwerp?

In november ga ik naar India om integraal onderwijs zelf te mogen ervaren. Met het idee om voor mijzelf goed antwoord te kunnen geven op de vraag: Integraal onderwijs, do or don’t?

20160925_105344

New Year’s Resolutions

Bij het denken aan new year’s resolutions hoor ik meteen het geluid van vuurwerk, zie ik het aanzicht van een kerstboom en voel ik een rilling van kou. Toch heb ik het niet over mijn voornemens die ik met oud & nieuw voor mijzelf heb opgesteld om vaker naar de sportschool te gaan en gezonder te gaan eten. Mijn new year’s resolutions gaan over mijn voornemens aankomend schooljaar om er een te gek schooljaar van te maken.

  1. Complimenten geven

Laat ik eerlijk zijn, complimenten geven doe ik geregeld. In het speciaal onderwijs is dat misschien nog belangrijker dan op een reguliere school. Wellicht is het voor te stellen dat kinderen met gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen wat extra vragen om een “nee”, “dit mag niet”  of “dit gedrag wil ik niet zien”. Corrigeren mag en kan zelfs noodzakelijk zijn. Om het gewenste gedrag te bereiken is echter een positieve relatie nodig tussen de leerkracht en de leerling, die ontstaat als tegenover één correctie minimaal vier positieve benoemingen staan. Daarbij wordt in acht genomen dat complimenten gericht worden gegeven. “Goed gedaan” is nauwelijks een complimenten als het kind niet direct te horen krijgt wat er dan exact goed gedaan is. Daarnaast is complimenten geven op een schoolse taak maar een onderdeel van de complimenten die gegeven gaan worden. Een leerling die zijn haar ’s ochtends heeft geborsteld, zelf heeft nagedacht over een onderwerp waar we het eerder over hadden of een goede samenwerking zien vraagt ook om specifieke complimenten. Het is geweldig om kinderen te zien stralen en groeien van complimenten. Na mijn onderzoek afgelopen jaar over positieve feedback ben ik hier bewust mee gaan werken en het is een prachtig voornemen mijn kennis en praktijk hierin uit te breiden.

  1. Methodegericht leren en ontdekkend leren

Voor het eerst een groep 3! Sinds ik aan het werk ben als leerkracht heb ik les mogen geven aan de kleutergroep. Nu moet ik zeggen dat ik extra geluk heb dit jaar. Ik krijg niet alleen een nieuwe leeftijdsgroep, ik mag ook nog eens mijn eigen groep tweeërs meenemen, waardoor ik minder tijd hoef te investeren in achtergronden van de leerlingen. Ik ken de leerlingen immers al. En zij mij. Als klap op de vuurpijl mag ik aan de slag met de nieuwste versie van Veilig Leren Lezen, zojuist aangeschaft door de school. Oprecht kijk ik uit naar de middagcursus die ik mag volgen om de methode op de juiste wijze te gebruiken en de leerlingen de kunst van het leren lezen aan te leren. Toch ben ik langzaam aan ook fan geworden van het kleuterleren. Het ontdekkend leren. Menig theorie beaamt het ontdekkend leren, vanuit de nieuwsgierigheid van de leerling. En ook al laat de Nederlandse overheid het met het resultaatgericht leren en de kleutertoetsen niet altijd toe (sommige kleuters zijn simpelweg niet toe aan het schoolse leren), is doelgericht ontdekkend leren buitengewoon goed mogelijk en bovenal leuk. Voor mij een mooie gelegenheid om naast de methode ook te gaan zoeken naar manieren om leerlingen al ontdekkend te laten leren. Ook in groep 3.

ICT 3

  1. Genoeg is genoeg

Afgelopen weekend maakte ik een lijstje met taken, activiteiten en belangrijke zaken voor aankomend schooljaar. De lijst is lang. Lang, maar leuk. Nu weet iedereen die mij kent dat ik snel veel hooi op mijn vork neem. Ik doe graag veel en ik doe het graag goed. Hierdoor kom ik nog wel eens in de problemen. Honderd dingen tegelijk doen naast de alledaagse rompslomp van een cluster 4 klas draaiende houden, zorgt wel eens voor slapeloze nachten, avonden doorwerken en een uur voor werktijd al op school aan het werk zijn. Kleine details, waar ik gelukkig thuis steeds beter afstand van leer te nemen. Mijn eigen sociale leven krijgt bewust door de weeks meer tijd, om een gezonde afstand van mijn werk te nemen en werk en privé in een gezonde balans te houden. Om die reden de aankomende weken alweer aardig wat leuke dingen gepland om mijn sociale leven op en top te houden en mij niet te laten overrulen door mijn bezigheden van het werk, hoe prachtig ik mijn werk ook vind.

En dat is wel iets dat ik moet opbiechten. Mijn baan vind ik ook gewoon ontzettend leuk. Ik hou van mijn werk. Dus ik besteed ook mijn vrije tijd graag aan werkzaamheden. Of mijn derde voornemen ook echt betekent dat ik minder met mijn werk bezig zal zijn, kan ik niet beloven. Maar dat ik ook in mijn privé leven complimenten probeer uit te delen en mijn nieuwsgierigheid wil volgen, dat zijn simpele feiten. Laat schooljaar 2016-2017 maar beginnen!

Becoming ZEN: From Historic Route 66 to Newly Engaged

“Vlieg je al van vrijdag- op zaterdagnacht?”  Het was een veelgestelde vraag de laatste dagen van het schooljaar. Op vrijdag de laatste werkdag om vervolgens ’s nachts direct te vliegen. Veel collega’s in het onderwijs schieten dan in de weerstand; eerst even bijkomen, rustig het schooljaar van je afzetten en thuis het ‘op vakantie gaan’  rustig voorbereiden. Dit zijn echter drie zaken die mij minder liggen.

Laat ik eerlijk wezen, het was weer een heftig schooljaar. Dus natuurlijk zet ik niet alles in een dag (een week, een jaar) van mij af. Even bijkomen ken ik nauwelijks. Ik doe graag hazenslaapjes, maar bijkomen in de zin van dagenlang bijkomen van een schooljaar, deprimeert me. Ik zet dingen namelijk niet zo makkelijk van mij af. Nu heb ik daar het afgelopen jaar wel een ontwikkeling in doorgemaakt, maar ik ken mijzelf ook een beetje. Thuis bankhangen aan het begin van de vakantie betekent voor mij een staartje van het schooljaar. En laat ik nou juist dat schooljaar achter me willen (en moeten!) laten. Dat terugkijken en reflecteren blijf ik toch wel doen.

Als het gaat om het rustig voorbereiden van de vakantie: dat kan ik zeker niet. Al maandenlang staat de rondreis door Amerika op de planning. Lonely planets zijn aangeschaft en mijn Capitool reisgids van Californië staat al jarenlang in mijn kast te pronken om in de praktijk te gebruiken. In maart waren de tickets al geboekt, in april de route in zijn volledigheid uitgestippeld en de eerste airbnb’s geboekt. Toch blijkt dat ik het beste werk onder druk. De laatste week voor vertrek nog even de laatste hotelletjes geboekt.

En dan is het vrijdag- op zaterdagnacht en gaat de wekker. Het is zo ver. De lonely planet van Chicago in mijn handbagage, Route 66 en Southwest USA samen met Capitool Californië in mijn splinternieuwe backpack, die een mooie 10kg weegt. Het moment waarop ik zen word, is aangebroken.

Chicago, the Windy City, Illinois! Een prachtige stad die ik iedereen zou willen aanbevelen om naar toe te gaan. Wel eens in Berlijn geweest? Chicago was wat mij betreft Tripple Berlin. Een geweldig uitgaansleven, uitgebreide cultuur, een zakendistrict waar je u tegen zegt en geweldigde stadsparken. Met een brede lach op onze gezichten hebben wij genoten van (een deel van) wat Chicago te bieden heeft. Wij komen terug!

Daarna verlieten wij de drukte van de stad, waardoor mijn zen-gehalte werd bevorderd. In onze Ford Focus scheurden wij over Historic Route 66 en IS-40 door New Mexico via Albuquerque naar Arizona met Holbrook richting Flagstaff. Dagenlang genieten van alles wat je tegenkomt langs de weg, zoals het Petrified Forest National Park en een meteoor krater. Slapen in een motel zoals je die alleen kent uit films en slapen in een wigwam na deel uit te hebben gemaakt van een ceremonie van indianen. Route 66 plaatsjes als Winslow en Gallup aandoen; het was allemaal onderdeel van onze reis.

Vervolgens de afbuiging richting the Grand Canyon. De Grand Canyon is menigeen wel bekend en velen zijn ons voorgegaan in een bezoek. Toch durf ik te zeggen dat ons bezoek specialer was. Dat zeg ik niet om op te scheppen, ik zeg het omdat het waar is. Want wat is er specialer dan helemaal alleen, zonder (dikke en luide) toeristen op een verschrikkelijk mooi uitkijkpunt ten huwelijk gevraagd te worden? Precies, ons bezoek aan de Grand Canyon was speciaal. Een hoogtepunt uit de reis, die het zen-gehalte tot onbeschrijfbare hoogte deed stijgen. We hebben lang doorgebracht op die ene rots, genietend. The Grand Canyon is grand!

Van dit natuurwonder, die toch als een lichte waas aan je voorbij gaat als je op een mega roze wolk zit, naar het volgende natuurwonder. Dit is een natuurwonder dat je verbeelding te boven gaat. En dat bedoel ik vrij letterlijk. Op de foto is duidelijk waarom. In de afgelopen tienduizenden jaren heeft water het kleisteen centimeter voor centimeter uitgehouwen in de grond. Er is een verbazingwekkend landschap ontstaan, onder de naam Antelope Canyon. En laten wij nou net de Lower Canyons in zijn geweest. Met trappen meters diep de grond in, om te genieten van vormen en tekeningen op de rotswanden, waarbij je verbeelding inderdaad de vrije loop kan gaan. Niet zonder gevaar, met regen is de canyon dicht. Dat moet wel, na een dodelijk incident in de jaren ’90. Een regenbuitje in Flagstaff, zo’n 90km verderop, waarbij het water de canyon bereikte en alles en iedereen beneden wegspoelde (letterlijk, er was weinig van ze terug te vinden door het schurende zand. Slechts één van de twaalf overleefde het en die jongeman was skinned alive). Je begrijpt dat wij erg blij waren met zon en 40 graden Celsius. En wat hebben we met open mond gelopen en genoten van onze uitzichten!

Vegas, baby! Ik moet eerlijk zijn, mijn zen-gehalte had een lichte daling. Met 44 graden the Strip op is eigenlijk geen optie. Nu is een hotel met een rooftop pool en ongeveer vijftig keuzes aan cocktails een prima oplossing om je dag te besteden, om ’s avonds je aan te kleden en toch een poging wagen je hotel uit te stappen en the Strip te bezoek (42 graden is namelijk veel beter te doen dan 44, toch?). Vegas had ik niet willen missen, met name door onze prachtige winst achter een speelautomaat toen we voor 5 dollar gingen gokken en met een ruim vertienvoudigde winst ervandoor gingen. Genieten? Jazeker!

Door naar onze laatste staat: Californië! Even de woestijn uit door het San Bernardino Forest op te zoeken. Big Bear Lake bood ons een fijne 27 graden, zeer welkom na Vegas, en onze eigen cabin in the woods. Big Bear Lake was het moment om tot rust te komen. Een dagje fietsen, een filmpje pakken en op het terras zitten onder de bomen.

Het Joshua Tree National Park was een bijzondere ervaring. Je rijdt uren door dorre woestijn, tot de Joshua Tree verschijnt. En in het park zijn er ineens heel erg veel van deze bomen, die mij een beetje doen denken aan zeewier. De structuur van de stam doet aan als een den en op de toppen lijken het wel cactussen. Een klein bijenavontuur, waarbij ik in de auto bleef maar Timo de held toch even een kijkje ging nemen bij het uitzichtpunt, zorgde achteraf voor veel hilariteit.

Uiteindelijk was het Los Angeles waar wij de reis zouden eindigen. Hollywood met zijn bekende walk of fame en tours langs celebrity huizen kan natuurlijk niet uitblijven, evenals een uitstapje naar de Universal Studio’s (genieten!). Ook een dagje Santa Monica aangedaan. Toch hebben we de meeste tijd doorgebracht op Manhattan Beach. Manhattan Beach ligt ten zuiden van LAX en staat bekend als het strand voor de locals. Dit bleek al uit het volleybal evenement. Beach volleybal is uitgevonden op Manhattan Beach dus jaarlijks is daar een vijfdaags durend evenement waarbij een toernooi gespeeld wordt door de lokale bevolking. En ja, wij waren getuigen. Zand, zon en zee, daar kunnen wij wel wat mee!

De hele reis was ‘zen’ my middle name. Met Johnny Cash en Bryan Adams op de achtergrond de hele vakantie met een grote glimlach verwonderd om mij heen mogen kijken. En afgelopen schooljaar? Dat staat ver van mij af. In fact, ik kijk er enorm naar uit om een nieuw schooljaar te starten. How exciting!

 

P1010533

California 18, San Bernardino Forest

 

 

Huisbezoek, een must of een moetje?

Het huisbezoek, een ontmoeting waarbij de leerkracht op bezoek gaat bij de leerling en de ouder, in plaats van de ouders en de leerling op school vragen voor een gesprek. Een (wat mij betreft terechte en logische) investering die de leerkracht doet voor zijn leerlingen. Een huisbezoek heeft veel redenen, voordelen en goede bedoelingen, maar kan ook nadelen hebben. In de afgelopen jaren heb ik geregeld huisbezoeken afgelegd en ervaring op mogen doen in positieve huisbezoeken en huisbezoeken waar ik mij (in eerste instantie) minder prettig bij voelde.

Het huisbezoek is een bewust middel, dat om meerdere reden ingezet kan worden. Enerzijds is het een middel om tegemoet te komen aan ouders die (veel) moeite moeten doen om op gesprek op school te komen. Denk aan reistijd, een oppas regelen en andere organisatorische zaken. Daarnaast betekent een afspraak op school dat een ouder zich altijd op het terrein van de leerkracht bevindt. Het territorium van een ander dus. Door af te spreken bij de ouder, vindt het gesprek plaats in het territorium van de ouder, een safe haven, waarbij ouders ook nog eens organisatorisch gezien mindere lasten hoeven te ervaren.

Wat ik prachtig vind aan huisbezoeken, is hoe goed ik kinderen en ouders leer te begrijpen als ik de omgeving beter leer kennen. In wat voor woning woont de leerling, is er de mogelijkheid tot buiten spelen en kijk op de mogelijkheid van de leerling om zich ergens terug te trekken. Een leerling die in een (georganiseerde?) chaos thuiskomt, brengt mij begrip als hij zijn gymtas af en toe vergeet. Iets wat ik bij een strak georganiseerd huishouden minder goed zou begrijpen. Schilderijen of foto’s aan de muur, werkjes van kinderen op de koelkast en een rondleiding door de slaapkamer van de leerling, of het ontbreken van bovenstaande, vertelt mij veel over de leerling en de ouders, en helpt mij in de persoonlijke benadering naar beiden. Ik kan mijn onderwijs beter afstemmen op de behoeften van de leerling en de diepgang opzoeken in de oudergesprekken zodra ik weet wat er allemaal speelt in het huis. Het thuis.

Laat ik eerlijk zijn, niet elk bezoek is wat je verwacht. Dit kan zeer positief uitpakken. Een gezin waarbij je je afvraagt hoe het er thuis uitziet, blijkt zeer liefdevol, open en een warm thuis te zijn voor het kind. Er wordt gevraagd of ik blijf eten en na 2,5 uur gezellig kletsen, verwachtingen uitspreken en hulpvragen van ouders en mijzelf te bespreken, is het toch echt tijd om te gaan. Het is mij echter ook een keer gebeurd dat ik een woning binnenkwam en schrok van de ernst van de situatie. En probeer dan maar een goed gesprek te voeren met de ouder(s). En juist dat gesprek is zo ontzettend belangrijk.

Ouders hebben de moeite genomen om jou als buitenstaander toe te laten in hun huis. Ze stellen zich kwetsbaar op door hun deur open te zetten en jou binnen te laten. Nu is het de taak van de leerkracht om de juiste vragen te stellen, het gesprek aan te gaan en de dialoog te zoeken. De eerste keer dat ik schrok tijdens een huisbezoek, heb ik mezelf moeten herpakken. Hierbij had ik in eerste instantie vooral contact met het kind, terwijl ik mijn aangeboden drinken dronk. Daarna merkte ik dat ik graag het gesprek met de moeder van de leerling aan wilde gaan en dit deed ik door simpelweg de vraag te stellen “Wat verwacht jij de komende tijd thuis voor jezelf en voor (naam leerling)?”. Moeder leek wat overrompeld door de vraag, maar kon hier wel antwoord op geven. We raken in gesprek over het gedrag van de leerling, hoe zij de leerling al helpt en wat er thuis nog anders zou kunnen om het kind verder te helpen. We bespraken waar moeder hulp bij nodig had en hoe ik op school aan de slag zou gaan. Daar waar ik schrok en belemmeringen zag aan het begin van het bezoek, ging ik met een gevoel van kansen en mogelijkheden de deur uit. Gelukkig maar, want een huisbezoek zonder goede conversatie, zou kunnen leiden tot onwil van de ouders om leerkrachten toe te laten in huis. Immers, wat is de toegevoegde waarde van een huisbezoek als het het thuisfront niks oplevert?

Ook ik heb te maken gehad met ouders die geen huisbezoek willen. Ook daar valt iets voor te zeggen. Ouders geven aan het een inbreuk op de privacy te vinden, met de gedachtegang dat ouders ook niet bij mij thuis komen kijken. Het lijkt voor hen te voelen als een controlerende taak, in plaats van een optie om een goede samenwerking tot stand te brengen en het kind en de ouder beter te leren kennen. Bij een ouder langsgaan die weerstand heeft, lijkt mij niet van toegevoegde waarde. Het is weliswaar belangrijk om aan te geven waarom langskomen wel nut kan hebben, maar is nutteloos als het ouders alleen maar meer tegen het harnas in jaagt.

De meeste huisbezoeken leveren lachende gezichten op bij ouders en kinderen. Kinderen laten trots zien waar ze het op school zo vaak over hebben, zoals een kleuter van 4 jaar die vol trots zijn poes wat onhandig vastpakt en in het arme dier zijn oortje schreeuwt: “Kijk! Nu zie je eindelijk juf Julia!” Daarnaast duurt een gemiddeld huisbezoek zo’n driekwartier, waarbij wensen en verwachtingen uitgebreid de aandacht krijgen. Kinderen en ouders zijn trots op hun thuis en dat mogen ze aan de juf laten zien. En ik krijg de kans om een nog betere band met beide partijen op te bouwen. Dat is toch geweldig?!

N.B. Op de school waar ik werk, wordt bij voorkeur bij elke leerling elk jaar een huisbezoek afgelegd. Soms gaat de leerkracht alleen, soms gaat de leerkracht samen met de schoolmaatschappelijk werkster, teamleider, hulpverlener of een andere betrokkene naar het huis van de leerling. Het komt ook voor dat er in samenspraak met betrokken partijen geen huisbezoek plaatsvindt.
Inspiratie voor mijn blog kreeg ik van het artikel “Soms kan het heel nuttig zijn, als de juf bij het kind thuis is geweest”, van NRC.nl, gepubliceerd op 14-06-2016.

home is where your cat is

Vlog #1 Over bewegen en hersenactiviteit

Juf Julia goes wild! Omdat voor alles een eerste keer is en je moet meegaan met je tijd, heb ik vandaag mijn eerste vlog opgenomen. Voor de minder bekenden onder ons, een vlog is video weblog. Eigenlijk dus een blog, maar dan op video. Ter afwisseling eigenlijk. Soms schrijf je en soms film je. Leuk, toch?

Maar waar gaat mijn eerste vlog over? Een hot item in onderwijsland, of in ieder geval iets waar we het bij ons op school voor de vakantie over hebben gehad, is de hersenactiviteit van de leerlingen en het verschil in deze activiteit tussen leerlingen die wel of juist niet bewegen. Hoe ik erover denk? Bekijk mijn vlog!

Juf Julia VLOG #1 Over bewegen en hersenactiviteit