Juf Julia als Quizmaster, de eerste stap naar ouderbetrokkenheid in het nieuwe schooljaar

Het is 10 over half 2 als de ouders binnendruppelen. Met de kinderen heb ik wat spelletjes gedaan tot de ouders komen, zoals tellen tot 100 (ja, dat is nu nog een spelletje) en ik zie ik zie wat jij niet ziet. De kinderen kijken met enthousiasme uit naar dit moment.

Zodra ze binnenkomen, wijs ik de ouders op de wifi code op het bord die ze mogen invoeren op hun telefoon en naar welke website ze daarna mogen gaan. Samen met mijn ondersteuner kijken we of het alle ouders lukt en ook zie ik direct dat ouders elkaar helpen.

Als alle ouders ingelogd zijn, zet ik de PIN op het bord. De ouders kunnen zich inloggen voor de Kahoot quiz die we gaan doen en ze mogen een nickname bedenken. Alleen al de namen die ouders kiezen, zorgt voor een goede sfeer. Van de naam van hun eigen kind tot aan “-naam kind- power” of de koosnaampjes die ze hun kroost geven. Als alle ouders online zijn, start ik met de eerste vraag.

“Hoe heten de juffen van groep 3?” vraag ik de ouders hardop, als een foto tevoorschijn komt met alle vier de juffen die horen bij groep 3. Ik zie ouders meteen confuus kijken. Vier foto’s, vier antwoorden die kloppen. Maar er mag maar één antwoord aangeklikt worden. Het fanatisme is meteen duidelijk, want er wordt met opgetrokken wenkbrauwen naar mij gekeken als ze in de 30 seconden die ze hebben om te antwoorden, (bijna) allemaal braaf op juf Julia klikken, maar vervolgens blijkt dat alle antwoorden punten opleveren.

Als daarna duidelijk wordt dat er na elke vraag een top 5 op het bord komt, volgt er een fanatiek gejoel van ouders. “Kijk, wij staan bovenaan!” roept een vader trots tegen zijn zoon. De andere ouders focussen hun blik extra op het bord. Het enthousiasme straalt er van af, de kinderen kijken vrolijk mee met hun ouders op de telefoons. Als de vraag komt hoeveel kinderen er in de klas zitten, gaan ouders druk lopen tellen, terwijl de kinderen al hard door de klas roepen dat er toch echt 14 kinderen in de klas zitten. Een jongen zegt zelfs “twee meisjes en twaalf jongens is dus veertien kinderen!” waarna hij zich omdraait en dit in het Spaans lijkt te vertalen voor zijn papa en mama, die vervolgens op hun telefoon een antwoord aanklikken.

We doorlopen alle vragen, van praktische vragen als ‘wanneer hebben we gym?’ tot aan ‘hoe gaat uw kind naar school, met plezier, moe, met tegenzin, of anders?’ (waarbij alle ouders trouwens kozen voor ‘met plezier’ maar een enkeling wel toegaf dat het kind wel erg moe thuis kwam).

De quiz eindigt met een groot applaus voor de winnaar. De vader die vanaf het begin al bovenaan stond en direct doorhad dat snelheid er ook toe deed als het ging om punten scoren, vond meedoen én winnen duidelijk belangrijk en was met zijn snelheid en punctualiteit een terechte winnaar. Hierna ontstond een informeel moment. De ouders praten met elkaar, zoeken elkaar op en helpen elkaar met praktische (school)zaken. Ook geven kinderen spontaan een rondleiding door de klas.

Een Kahoot quiz doen met ouders is geen rocket science. Voor de duidelijkheid, ik kende drie ouders voor dit moment plaatsvond en het overgrote deel had ik nog niet gezien. Om alle ouders te kunnen bedienen, koos ik ervoor het schooljaar interactief met elkaar te starten. Het is een ingang gebleken om gesprekken met elkaar te voeren, tussen ouders onderling, ouders met hun kinderen en ouders met de juffen. Dat ik weinig informatie heb gegeven, is absoluut waar. Deze informatie wordt digitaal aan ouders overgedragen of op andere momenten medegedeeld. Door deze nieuwjaarsreceptie te organiseren onder schooltijd, wordt er direct werkdruk weggenomen van mij als leerkracht, omdat ik niet een werkdag hoef te maken van 7.30u ’s morgens tot 21.00 uur ’s avonds omdat ik verplicht aanwezig moet zijn tijdens een ouderavond na een dag lesgeven. Ouders hoeven geen oppas te regelen, want hun kind zit er gewoon bij. Het voelt als een win-win situatie.

Om half 3 vertrekt de laatste ouder. Ik ben doodop van mijn rol als quizmaster, maar heb genoten van het resultaat. Blije ouders, blije kinderen en spontane interactie aan het eind. Een goede start van het schooljaar en de samenwerking tussen leerling, ouders en school!

FRONT

Advertenties

Hoogtepuntjes

Na zes weken geen leerlingen te hebben gezien, werd ik zo’n leerkracht die er naar uitkeek om weer aan het werk te gaan. Dit jaar mocht ik starten in groep 3 van het SO cluster 2. Waarom ik zo geniet van mijn werk?
Omdat ik mij elke ochtend vrolijk voel zodra ik de blije koppies uit mijn groep over de gang zie lopen richting het lokaal. Zoals vandaag. Ik sta in de deuropening en een leerling komt hard lopend (rennen mag niet, wij lopen op de gang) richting ’t lokaal. Druk zwaaiend en met een brede glimlach. “Ho joef,” komt er uit deze’ tosser’ terwijl hij mij de hand schudt. Hij loopt de klas in met z’n tas in zijn hand en springt van letter naar letter, die op de grond geplakt zijn. “i, m, r!” roept hij, om vervolgens weer naar de gang  te lopen en weer naar binnen te komen om hetzelfde riedeltje te springen. Hij kijkt me wat ondeugend aan, als hij langzaam weer richting de gang loopt. Met een ‘vooruit dan maar’ blik zeg ik “nou, nog één keer dan!” en hij springt voor een derde keer. 
Langzaamaan stroomt de klas vol. Een jongen praat (onverstaanbaar) door de stille klas. Niemand lijkt zich eraan te storen, maar ik kijk wel zijn kant op. Zodra hij het ziet, begint hij in een licht hijgende vorm “r-oo-s roos! r-oo-s roos! r-oo-s roos!” uit te stoten en ik kan niet anders dan heel hard lachen en hem een high five geven. We hebben het woord gisteren oneindig veel geklapt en hij heeft het onthouden. Inmiddels weet ik hoe deze jongen praat. Het continu uitstoten van klanken, al dan niet verstaanbaar of vormend tot een bestaand woord, maar met veel plezier.
“R, r, r, r!!” roept hij nogmaals door de klas terwijl hij wild gebarend met zijn rechterhand mijn aandacht trekt die inmiddels elders is, en met links wijst naar de r die halverwege zijn naam staat. Hij glimt van trots terwijl hij mij met zijn grote, sprekende ogen aankijkt. Hij heeft de r in zijn naam. Ik vertel de klas dat ze even hun potlood neer mogen leggen en mogen luisteren naar deze jongen, die op zijn wijze aan de klas mededeelt dat hij de r in zijn naam heeft. De kinderen kijken naar hun eigen naam. Spontaan beginnen kinderen letters uit hun naam te herkennen en te benoemen. Wat een feest!
Sommige kinderen spreken nog een geheimtaal die ik niet begrijp. Kinderen met een TOS kunnen slecht verstaanbaar zijn of in (voor mij) raadsels spreken. Al na anderhalve week geniet ik van de vooruitgang die ik boek in het begrijpen van elke individuele leerling en het ontcijferen van hun eigen geheimtaal.
Ik geniet van voor de klas staan omdat elk kind leuk is. Zelfs kinderen waarvan je soms een diepe zucht slaakt of waarvan je met moeite je mimiek in kan houden omdat het kind iets onverwachts geks doet, stelen je hart. En zij voelen mijn blijheid, denk ik. Want ik zie tot nu toe elke dag alleen maar blije gezichten. Mijn blije humeur wordt gereflecteerd op elk kind. Het is een positieve spiraal.
Ik hou van mijn werk en ben dol op mijn leerlingen.  En elke ochtend ontstaat een lach op mijn gezicht zodra de eerste leerling zijn hoofd om de hoek steekt.
blog 4

Ik staak!

Vandaag, 15 maart 2019, leg ik voor het eerst mijn werk neer. En dat terwijl ik mijn werk ontzettend leuk en belangrijk vind. Waarom ik toch staak? Simpel.

Ik staak omdat het lerarentekort nu is. En dat is zeer schrijnend. Er groeit een generatie op die ’s morgens niet weet welke juf of meester er voor de klas staat. En deze generatie leraren (en directies) ervaart daar werkdruk van. Want wat gebeurt er met de taken buiten het lesgeven van die collega en de leerlingen overdag als een collega wegvalt? Ik heb ervaren dat er vol verbazing door de koffiekamer wordt gekeken bij de mededeling dat er geen zieken of uitvallers zijn op een dag. En niet omdat men iets vindt van mensen die ziek zijn of uitvallen, maar door de druk die het in onderwijsland meebrengt als er iemand uitvalt. Uit liefde voor de collega’s die zijn komen werken die dag, de invallers die komen bijspringen. Vol ongeloof een ‘gewone’ dag in, zonder de druk van het niet kunnen opvangen van uitvallende collega’s, die zich daar ook nog eens schuldig over voelen. Dat moet anders kunnen.
Waarom ik nog meer staak? Omdat ik niet kan bevatten hoe het salarissysteem werkt in onderwijsland. En dan bedoel ik niet eens de kloof tussen PO en VO (hoewel daar ook wat voor te zeggen valt, zeker als je in het (V)SO werkt), ik bedoel dat mensen die hun jaren achteroverleunend uitzitten, meer verdienen dan mensen die jonger zijn en misschien wel drie keer zo hard werken, extra taken doen vanuit het hart en continu bezig zijn met persoonlijke ontwikkeling en die van hun leerlingen. Want in onderwijsland is het helaas niet zo dat hard werkende mensen die aantonen te ontwikkelen, in gesprek kunnen gaan en een schaal omhoog mogen. Het beklimmen van de salaristrap is leeftijdsgebonden. Leeftijdsgebonden! En als je oud genoeg bent, dan stop je met groeien, want dan heb je ‘de top’ bereikt. Absurd en demotiverend! Natuurlijk is er de befaamde LB/LC/LD schaal, maar er zijn altijd maar een paar fte te vergeven en de overige harde werkers hebben pech. Over concurrentiestrijd binnen een ambitieus team gesproken. En een directie die niet kan belonen zoals het zou willen. Doodzonde.
Maar waarom ik vooral staak, zijn de leerlingen. Leerlingen hebben recht op inhoudelijk goed onderwijs. De nadruk moet weer liggen op lesgeven, in plaats van de rompslomp eromheen. En goed lesgeven begint bij de basis. Goed klassenmanagement, een rijke leeromgeving, onderwijsbehoeften signaleren en daar je aanbod op baseren en een fijne sfeer in een groep creëren. Dat kan alleen de échte leerkracht. De échte leerkracht met passie en liefde voor zijn vak. Helaas heeft nu niet elk kind dat. Maar dat verdient toch elk kind? Doodzonde.
P1010917

Ik ben juf en ik staak!

Juf Julia in het Rijksmuseum

Als je met een klas TOS-leerlingen de eregalerij van het rijksmuseum binnenkomt en er roept er één, inclusief articulatieprobleem: “Juf, kijk! De nachtwacht!” dan maak je mij een hele trotse en blije juf.

Als we bij De bedreigde zwaan komen steekt een leerling meteen zijn vinger op. “Vogel is boos. Zwaan. Eier niet stelen, niet leuk.” Juf Julia smelt.

Als we onze tour vervolgen naar Het melkmeisje, wordt mij uitgelegd door een leerling dat het meisje in de keuken staat en melk aan het schenken is maar niet uit een pak. En dat de jurk van het meisje blauw, rood en geel is.

We genieten met elkaar van de “schilderramen” en het “kleurenplafond”. De verwondering van de kids is een feestje. Juf Julia’s tour door het museum is geslaagd.

IMG_20190208_142555_648

Iets met gevoelens

Als de kinderen binnenkomen, kijken ze met een verbaasde blik naar de gekleurde meter die aan de zijkant van de kast hangt. Het ene kind loopt door, alsof het niet bestaat. Het andere kind blijft er voor staan. Starend. Dan wijst hij.
“Blij”, zegt hij met een zachte stem. “Klopt, die is blij! Ben jij ook blij?”  vraag ik. Het jongetje draait zich om en kijkt me aan, met grote, vochtige ogen. “Nee”, zegt hij. “Ik ben verdrietig.”
“Jij bent verdrietig”, reageer ik. “Waarom ben jij verdrietig?”
“Hoest”, antwoordt hij en er komt een rochelende hoest achteraan, uiteraard recht in mijn gezicht.
Terwijl ik mijn best moet doen om mijn lachen in te houden, schenk ik een beker water in voor de beste jongen en laat hem daarna voor het eerst zijn eigen knijper plaatsen op het gevoel dat op dat moment bij hem past. En inderdaad, hij zet zijn knijper op ‘verdrietig’.
Ik roep elk kind even bij me en iedereen zet zijn knijper op hoe hij zich voelt, variërend tussen blij, oké en verdrietig.

Als we ‘s middags in de kring zitten, haal ik de gevoelsmeter er even bij. We gaan de gevoelens blij, oké, boos, bang en verdrietig langs. De laatste strook, waar ‘privé’ op staat, sla ik even over. De kinderen komen om beurten bij mij en kijken of hun knijper nog bij het juiste gevoel staat of dat ze zich anders voelen. Vervolgens mogen ze de pijl meteen verplaatsen. Mijn spring-in-’t-veld jongetje, lekker enthousiast en praatgraag maar met een enorm articulatieprobleem, kijkt met een brede glimlach mee en juicht zijn klasgenoten enthousiast toe. Als hij zelf aan de beurt is, wijzigt ineens zijn blik. Zijn wenkbrauwen en mondhoeken staan ineens naar beneden en hij roept, inclusief articulatieprobleem: “Ik ben boos! Ik ben er hélemaal kláár mee!” en hij staat op en verplaatst zijn knijper van blij naar boos. Terwijl ik mijn lach moet inhouden vanwege dit acteerspel, vraag ik of hij nog een keer kan uitleggen waarom hij boos is. Zijn reactie, inclusief wilde gebaren: “Ik zeg toch al! Ik ben er hélemaal kláár mee!” en hij gaat weer zitten op zijn stoel, armen over elkaar, zijn gezicht op boos. Als mijn collega hem een compliment wil geven, draait hij zich met een grote glimlach naar haar om. “Dank je, juf!” zegt hij en hij wiebelt op zijn stoel van enthousiasme met zijn tong uit zijn mond van blijdschap. Genieten.

Voor we naar huis gaan mogen de kinderen nog een keer checken of hun knijper nog staat op het gevoel dat ze voelen. Ik ben blij om te zien dat bijna alle kinderen zich blij voelen, inclusief de kleine acteur. Maar een andere leerling heeft zijn knijper op ‘privé’ gezet. Hij komt naar mij toe en zegt: “Kijk, mijn knijper staat op die want ik wil je wat alleen aan jou vertellen ik wil dat dus de knijper is nu daar”.  Zelfs zonder uitleg, begrijpt hij wat het betekent als je iets privé aan iemand wil vertellen. Mooi toch?

En juf? Juf was moe vanochtend, dus haar knijper stond op oké. Maar toen ze naar huis ging, heeft ze haar knijper verplaatst naar blij. Want wat heb ik toch een leuke baan en heerlijke kinderen. Ik ben benieuwd waar de knijpers morgen staan.

It’s a kind of magic

Toen ik jong was, en nog steeds wel eens (lees: guilty pleasure), keek ik graag naar de serie Charmed. Het verhaal van zussen die ook nog eens konden toveren en zo alle kwade demonen konden verslaan, kicking ass, sprak mij enorm aan. Niet gek, als je zelf één van vier zussen bent en wel houdt van een beetje actie en avontuur. Daarnaast heeft Harry Potter wellicht ook bijgedragen aan mijn voorliefde voor tovenarij. Ik denk dat ik er nu achter ben gekomen dat ik ook een beetje kan toveren. En ik heb er geen eens een toverstok bij nodig!

Gisteren startte ik de dag na de herfstvakantie met drie nieuwe leerlingen. Dus ik verwelkomde de kinderen met behulp van mijn teamleider die een oogje in het zeil hield bij de rest van de groep. Twee van de nieuwe leerlingen waren zo enthousiast, dat de ene direct de oren op onverstaanbare wijze van mijn hoofd kletste en de ander, na een beetje te zijn ontdooid, erg geconcentreerd met een brede glimlach ging werken.

Nummer drie was een ander verhaal. Nummer drie huilde hartverscheurend en met pijn in ons hart moesten we de aangeslagen ouders wegsturen. Het huilen ging door. Toen het meisje vermoeider werd, stopten weliswaar de tranen, maar het geluid dat uit haar keel kwam hield aan.

Meerdere dingen werden uitgeprobeerd. Een kopje koffie halen met de ene juf, op schoot zitten bij de andere juf, aan de hand van de muziekmeester over het schoolplein wandelen. Niks leek te werken. Streng zijn over de tranen leidt haar even af, maar dat zijn dan ook de enige stille momenten van de dag.

Om één uur komt ze ineens naar me toe. Haar tranen zijn plots verdwenen, het schrijnende geluid is gestopt. Ze kijkt mij in mijn ogen en er verschijnt een grote glimlach op haar gezicht. “Jij bent lief, hoor”, zegt ze en ze slaat haar armen om mijn middel en geeft een kus op mijn arm. “Nu spelen, dan opruimen en dan naar huis!” roept ze vrolijk, terwijl ze naar het rooster op het bord wijst. De groene pijl staat op ‘spelen’ en ze wijst vanaf de pijl naar beneden terwijl ze vertelt wat er nog moet gebeuren voor ze naar huis gaat. De rest van de middag speelt ze vrolijk verder en met een brede glimlach zwaait ze mij later uit als ze met papa en mama mee naar huis gaat, die beiden hun dankbaarheid uitspreken dat ik hun dochter een fijne schooldag heb kunnen bezorgen. Waar de dag zo sneu begon, eindigde de dag in oprecht geluk.

Soms denk ik dat ik tover, want dit is maar één voorbeeld waarbij het gedrag van een leerling binnen enkele seconden ineens is gedraaid. Wat ik precies doe, weet ik niet. Maar vandaag besloot hetzelfde kind na anderhalf uur weer uit het niets te stoppen met huilen en mij de hele dag knuffels te geven en te genieten van haar dag op school. Ik kan ook nog vertellen over een jongen, die de eerste paar schooldagen gedragsproblemen liet zien en nu letterlijk groeit in de klas (hij zit trots rechtop) als hij weer tot leren is gekomen en een lesdoel heeft behaald.

Ik denk dat elke juf of meester kan toveren. Of eigenlijk denk ik dat we allemaal iets magisch bezitten. De juf heeft iets magisch over zich, waardoor kinderen ineens kunnen besluiten zich anders te gedragen. Te willen leren.

Of misschien is het juist wel andersom. Misschien vind ik de kinderen wel zo magisch, dat ze mij weten te betoveren. Elke dag weer.img024


Taal en zo

Na week vier voelt het safe genoeg om iets te delen over mijn eerste ervaringen in het cluster 2 onderwijs. Want zoals inmiddels wel bekend, was het na alle gedragsproblemen tijd voor mij om mij te storten op taalproblemen.
Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik erg hou van taal. Vooral het gebruiken van taal. Ik praat veel, ik praat hard, ik praat snel. Daarom was ik stiekem best een beetje gespannen of deze populatie leerlingen wel bij mij zou passen.

Toen bijna vier weken geleden de eerste schooldag van het nieuwe jaar begon, heette ik mijn nieuwe telgen welkom in de groep. Sindsdien geniet ik van elk moment met deze kinderen. Taal is voor deze kinderen een wonder en ik mag ze dat leren! Al op dag twee of drie was er een jongen die verbaasd opkeek toen hij in één keer “goedemorgen” kon zeggen zonder hulp. Hij was verbaasd over zijn eigen vooruitgang!

Al snel oefenden we om onszelf voor te stellen. Pietje, die net vier is geworden, oefende ook de zin: “Ik ben Pietje”. Op dag 1 en 2 lukte hem dit alleen samen met de juf. De andere kinderen luisterden geduldig mee terwijl deze jongen de hele tijd oefende met deze zin. Op dag 3 geschiedde het wonder: Hij zei, nee, hij riep: “IK BEN PIETJE” en er volgde een luid gejuich van Pietje zelf die opsprong en een vreugdedansje deed. Een medeleerling begon spontaan te applaudiseren en legt mij nog even uit dat het knap is wat Pietje kan “Want gisteren kon hij dit nog niet juf. Knap van hem”. Ja, knap van hem.

De anderhalve week die hierop volgde, was het antwoord van Pietje op elke vraag “Ik ben Pietje!”, iets waar ik enorm van heb genoten. Als ik hem vroeg hoe oud hij was, was het antwoord “Ik ben Pietje”, waarop ik antwoordde “Dat klopt, maar hoe oud ben jij?” met als gevolg “Ik ben Pietje” inclusief vreugdedans. Inmiddels kan hij ook vertellen hoe oud hij is. En nog steeds antwoordt hij dit als hij het antwoord op de vraag niet weet. Maar hij vraagt nu ook met een correcte zin om hulp en kan andere aangeleerde zinnen correct toepassen. Ook thuis, zo blijkt als we op huisbezoek zijn bij Pietje, wanneer hij “Stop, hou op!” zegt als hij wil dat er met iets gestopt wordt. Ook werd me op dat huisbezoek een kleine spiegel voorgehouden toen hij twee duimen opstak en zei “Goed gedaan, zeg!” nadat zijn broer een mooie truc met de jojo uithaalde. Genieten dus.

Deze week heeft Pietje leren tellen tot 5. Hij weet wat drijven en zinken is. Hij juicht bij elk goed antwoord op een vraag (of hij het antwoord nou geeft of een andere leerling) en hij applaudiseert bij alles wat hij ziet en hoort. Zijn enthousiasme maakt mij en de rest van de groep ook enthousiast. Ik heb dan ook een heel fijn groepje.

Of dit type onderwijs bij mij past? Misschien is het nog te vroeg om daar echt een gedegen uitspraak over te doen. Maar dat ik met veel zin opsta om naar mijn werk te gaan zegt, voor mij op dit moment genoeg. Ik vind het bijna jammer dat het weekend is...

CRqiZzaUEAAqsyH